Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Blaartrekkende boterbloem - Ranunculus sceleratus

Andere namen

Frysk: Gleie bûterblom

English: Cursed Crowfoot

Français: Renoncule scélérate

Deutsch: Gift-Hahnenfuß

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Ranunculales

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Geslacht: Ranunculus (Boterbloem)

Soort: Ranunculus sceleratus

Naamgeving (Etymologie): De naam boterbloem is vanwege de boterkleurige bloemblaadjes. Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana (kikker). Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Sceleratus betekent misdadig of verderfelijk.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-70 cm.


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Enrico Blasutto - CC BY-SA 3.0


Anneli Salo - CC BY-SA 3.0

Wortels: Geen knol vormend.


herbariaunited.org


symbiota.math.wisc.edu - CC0-1.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, dikke stengels zijn bleekgroen, gegroefd, vrijwel kaal, iets glanzend, vlezig en hol van binnen. Ook de bloemstelen zijn gegroefd. De buisvormige stengel vergemakkelijkt de zuurstoftoevoer naar de wortels, die in zeer zuurstofarme omstandigheden moeten groeien. Bovenin vertakt de stengel en aan het uiteinde van elke vertakking groeit een alleenstaande bloem.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Ian Alexander - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande, dikke, glanzend groene en enigszins vlezige bladeren zijn meestal in drieën gedeeld (zelden zijn ze vijfdelig). Ze zijn getand tot diep ingesneden. De bovenste bladeren hebben drie slippen en zijn niet gesteeld. Onder water groeiende planten hebben grote drijvende bladen. Deze planten bloeien vaak niet.


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0


Harry Rose - CC BY 2.0


Enrico Blasutto - CC BY-SA 3.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen vertakte kluwens. Ze zijn lichtgeel en 0,5-1 cm. De vijf kelkbladen vallen spoedig af. Ze zijn iets teruggeslagen en ongeveer even groot als de vijf kroonbladen. De bloembodem is meestal behaard. Een bloem kan soms meer dan twintig meeldraden bevatten. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


kuleuven-kulak.be


Harry Rose - CC BY 2.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchthoofdje is rond tot iets langwerpig (de vruchtzuil kan zelfs knotsvormig worden) en 0,6-1 cm lang. Het bevat tot zestig of meer (soms tot meer dan honderd), ongeveer 1 mm grote, vrijwel niet gesnavelde vruchten, maar soms hebben ze een korte, stompe snavel. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Ivar Leidus - CC BY-SA 3.0


Harry Rose - CC BY 2.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde, open plaatsen (pionier) op natte, voedselrijke, met name stikstofrijke, zuurstofarme, meestal kalkhoudende, organische grond. Vaak op tijdelijk overstroomde plaatsen. Ook in zwak brak milieu (alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Waterkanten (langs begraasde sloten, ondiepe plassen en andere modderige oevers), zeeduinen (langs duinplassen), moerassen, in goten, tussen straatstenen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), opgespoten grond, baggerstortterreinen, nieuwe greppels, moestuinen en bossen (op kale net drooggevallen grond in moerasbossen). De korte levenscyclus geeft Blaartrekkende boterbloem een voorsprong op andere pioniers van dezelfde standplaatsen: de nakomelingen van één vroeg in de zomer bloeiende plant kan nog dezelfde zomer een flinke oppervlakte bedekken.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken op het noordelijk halfrond.


gbif.org

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam op de Veluwe.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in de Polders, de Zand- en Zandleemstreek en in de riviervalleien. Elders zeldzamer.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië : Vrij algemeen in Brabant. Elders zeldzaam.

Wetenswaardigheden

Blaartrekkende boterbloem is, evenals alle boterbloemen, giftig door de aanwezigheid van de stof protoanemonine. Deze plant is de giftigste boterbloem en heeft een gehalte van 2,5% aan protoanemonine. Wanneer de bladeren gekreukt, beschadigd of vermalen worden, veroorzaken ze op de menselijke huid lelijke zweren en blaren. Het blaartrekkende sap veroorzaakt eveneens ontstekingen. De plant wordt in Duitsland dan ook Gift-Hahnenfuss genoemd. Bedelaars wreven hun huid ermee in, opdat het medelijden van de burgers werd vergroot. Omdat het gebruik van de plant tot aangezichtskrampen kan leiden en de bladeren wel wat op die van bleekselderij lijken, droeg zij in de oude kruidboeken de naam Apium risus (lachselderij).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Water Hanenvoet
Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Deutschlands flora, deel 18, J. Sturm, J.W. Sturm (1839-1840)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora des Königreichs Hannover, deel 3, G.F.W. Meyer, A. Schumann (1854)

Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)


Herbier de la France, deel 1, P. Bulliard (1776-1783)


Flora Parisiensis, deel 8, P. Bulliard (1776-1781)


Flore médicale, deel 6, F.P. Chaumeton (1832)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra