Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Blaasvaren - Cystopteris fragilis

Frysk:

English: Fragile Fern

FranÁais: Cystoptťris fragile

Deutsch: Zerbrechlicher Blasenfarn

Synoniemen: Cystopteris filix-fragilis

Familie: Cystopteridaceae

Naamgeving (Etymologie): Blaasvaren dankt zijn Nederlandse naam aan de blaasvormige dekvliesjes waarmee de onrijpe sporenhoopjes bedekt zijn. Cystopteris komt van het Griekse cystis (blaas) en pteris (varen), hetgeen eveneens slaat op de gewelfde vorm van het dekvliesje. Fragilis betekent bros.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-35 cm.


Jason Hollinger -
CC BY 2.0


Stan Shebs -
CC BY-SA 3.0


Matti Virtala -
CC0


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een korte, dikke, horizontale tot opstijgende, vaak vertakte wortelstok met bruine schubben.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org

Stengels: De breekbare bladsteel is groen tot strokleurig en ongeveer half zo lang tot bijna net zo lang als de bladschijf. De bladsteel gaat naadloos over in de middennerf.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


Jason Hollinger -
CC BY 2.0

Bladeren: De lichtgroene, langwerpige tot elliptische bladeren worden tot 40 cm lang. De bladschijf is in omtrek smal eivormig. Ze zitten dicht bijelkaar in een onregelmatige bundel en overwinteren niet. De grootste breedte zit onder het midden. Ze zijn twee- tot drievoudig geveerd en hebben aan beide kanten tien tot zestien vrij ver uit elkaar staande kort gesteelde blaadjes. De onderste paren zijn wat korter dan de hogere. Aan de zijsteeltjes zitten de eerste bladdelen op enige afstand van de hoofdsteel.


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


Stan Shebs -
CC BY-SA 3.0


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: De sporenhoopjes (sporendoosjes) zitten in de buurt van de rand op de zijnerven. Ze bedekken niet de hele onderkant. Ze zijn rond tot eirond en worden bedekt door een sterk gewelfd, eirond, toegespitst en later teruggeslagen, vroeg afvallend dekvliesje. De sori zijn gemiddeld van grootte, staan verspreid en vloeien tenslotte samen.


Stan Shebs -
CC BY-SA 3.0


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige, niet te voedselarme tot niet te voedselrijke, kalkrijke muren of rotsen, zelden op humeuze grond.

Groeiplaatsen: Oude, vochtige muren (grachtmuren en kademuren), beschaduwde hellingen, rotsen, bossen (hellingbossen, loofbossen, hellingen langs holle wegen, op de voet van bomen, op boomwortels en langs bosgreppels).

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen.

Nederland: Zeldzaam. Het meest in stedelijke gebieden.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam. Het meest in het Maasgebied, in Lotharingen en in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 14, Jan Kops en F.W. van Eeden (1872)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Genera filicum, W.J. Hooker, Franz Bauer (1838-1842)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 4 (1791)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natŁrlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


3: Cystopteris fragilis var. dentata
Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 7, E.J. Lowe (1839)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL