Blaaszegge - Carex vesicaria

Andere namen

Frysk: Blaassigge

English: Bladder Sedge

Français: Carex vésiculeux

Deutsch: Blasensegge

Verouderde namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex vesicaria

Naamgeving (Etymologie): De urntjes zijn sterk opgeblazen, vandaar de naam Blaaszegge. Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Vesicaria betekent blaasachtig of de blaas betreffende.

Kruisingen: Blaaszegge kan een kruising vormen met Oeverzegge (Carex x csomadensis), maar ook met Snavelzegge (Carex x involuta).

Carex x csomadensis is de hybride van Oeverzegge (Carex riparia) met Blaaszegge (C. vesicaria). Alhoewel de beide oudersoorten respectievelijk algemeen (C. riparia) en vrij algemeen (C. vesicaria) zijn, is de hybride uiterst zeldzaam in ons land. Er zijn slechts drie vondsten bekend, van 1947, 1961 en 1978. Mogelijk wordt de hybride over het hoofd gezien. Daar beide oudersoorten evenwel vaak samen voorkomen, is het raadzaam om alert te zijn. Hybriden worden gemakkelijker opgespoord door gericht zoeken dan bij toeval. Carex x csomadensis lijkt in het veld het meeste op een smalbladige C. riparia, waarbij de urntjes leeg zijn. Wees er op bedacht dat C. vesicaria ook dikwijls lege urntjes heeft. De mannelijke aartjes van de hybride zijn bovendien veel slanker dan bij C. riparia. Deze hybride is overigens verspreid over geheel Europa bekend. Ze dankt haar wetenschappelijke naam aan Csomád, bij Budapest in Hongarije, waar de auteur Simonkai deze hybride in 1887 voor het eerst vond.
Jacob Koopman, 2014 - CC BY-SA 3.0

Carex x involuta is de hybride van Snavelzegge (Carex rostrata) met Blaaszegge (C. vesicaria). Daar beide oudersoorten relatief veel op elkaar lijken, is het herkennen van de hybride niet altijd eenvoudig op het eerste gezicht. Carex rostrata heeft evenwel huidmondjes op de bovenzijde van het blad, C. vesicaria op de onderzijde en de hybride aan beide zijden. Dit kan men het beste constateren aan vers materiaal in het veld, met een goede loep. De huidmondjes, die zich in rijen bevinden, zijn dan als hele kleine witte stipjes waarneembaar. De hybride oogt in het veld als een ietwat vreemde C. vesicaria, met vrouwelijke aartjes die meer op C. rostrata lijken. De urntjes zijn leeg, maar dat komt soms (ogenschijnlijk) ook voor bij beide ouders. Er is slechts een beperkt aantal vondsten van deze hybride in ons land bekend. Waarschijnlijk wordt ze over het hoofd gezien vanwege de grote gelijkenis met beide ouders. Waar beide ouders samen voorkomen dient men evenwel alert te zijn.
Jacob Koopman, 2014 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt. of helofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 50-100 cm.


Kenraiz - CC BY-SA 3.0


Karelj - Public Domain


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels: Lange, kruipende, vertakte wortelstokken en uitlopers.


symbiota.math.wisc.edu - CC0-1.0


symbiota.math.wisc.edu - CC0-1.0


symbiota.math.wisc.edu - CC0-1.0


symbiota.math.wisc.edu - CC0-1.0

Stengels: De stengels zijn scherp driekantig, ruw en ongeveer 2 mm dik. De onderste scheden zijn vaak rood en gaan rafelen.


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Chmee2 - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


David Mercier - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De lichtgroene, 3-7 mm brede bladeren zijn vlak. Ze hebben een lange, driekantige top en zijn ongeveer even lang als de stengel. De nerven in de bladscheden zijn door dwarsnerven met elkaar verbonden.


UuMUfQ - CC BY 3.0


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0


Petr Filippov - GFDL


David Mercier - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Meestal staan twee of drie bloemen dicht bijelkaar. Bovenaan zie je de mannelijke aren en daaronder twee of drie vrij ver uit elkaar staande vrouwelijke aren. Elke bloem heeft drie stempels. De vrouwelijke aren staan rechtop. Soms gaat de steel van de onderste aar bij rijpheid iets overhangen.


Huhulenik - CC BY 3.0


Radio Tonreg - CC BY 2.0


Matti Virtala - CC0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De schuin afstaande urntjes zijn 0,7-0,9 cm lang. Ze zijn langwerpig-eivormig, opgeblazen en geleidelijk in de ongeveer 0,2 cm lange snavel versmald. Bij rijpheid zijn ze strogeel. Ze blijven drijven op het water en worden zo verspreid. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


Petr Filippov - GFDL


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselarme tot voedselrijke, zwak zure, humeuze, zoete tot zwak brakke grond (zand, leem en zavel, zelden op zware klei of veen). Vaak op plekken met kwel.

Groeiplaatsen: Moerassen (laagveenmoeras), waterkanten (greppels, langs afgesneden armen van beken en kleine rivieren en langs poeltjes), bossen (moerasbossen), ruigten en heide ( laagten aan de rand van lemige heide).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere gebieden op het noordelijk halfrond.

Blaaszegge - Carex vesicaria

Nederland: Vrij algemeen in het oosten en midden van het land en in laagveengebieden en vrij zeldzaam in het rivierengebied. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Blaaszegge

Verspreidingsatlas.nl

Blaaszegge x Oeverzegge (Carex x csomadensis)

Verspreidingsatlas.nl

Blaaszegge x Snavelzegge (Carex x involuta)

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Kempen en vrij zeldzaam in het Maasgebied. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Blaaszegge - Carex vesicaria

Wallonië: Zeldzaam in het Maasgebied, Lotharingen en de Ardennen. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Das Pflanzenreich, deel 20, H.G.A. Engler (1900-1968)

Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

Svensk botanik, deel 3, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgräsern, C. Schkuhr (1801)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra