Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Blauw glidkruid - Scutellaria galericulata

Andere namen

Frysk: Blaulipke

English: Common Skullcap

Français: Scutellaire casquée

Deutsch: Sumpf-Helmkraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Lamiacea (Lipbloemenfamilie)

Geslacht: Scutellaria (Glidkruid)

Soort: Scutellaria galericulata

Naamgeving (Etymologie): Scutellaria betekent schoteltje (naar het napvormig aanhangsel) en galericulata (helmvormig), naar de bloeiwijze, die een helmvormige kapje lijkt te hebben.

Kruising: Blauw glidkruid kan een bastaard vormen met Klein glidkruid (Scutellaria x hybrida).
De bastaard van Blauw en Klein glidkruid staat, net als Klein glidkruid vaak doet, op open, zonnige tot half-beschaduwde, stikstofarme, vochtige tot natte, voedselarme, onbemeste, vrij zure, humusrijke leem. In de omgeving van Oldenzaal in Twente groeit ze op open plekken van bospaden in afwezigheid van de beide stamouders. Deze kruising wordt ook elders in Europa aangetroffen, o.a. in Frankrijk, Engeland, Ierland en Zweden maar is (nog) niet bekend uit Duitsland. Het taxon valt al direct op door de liggende, sterk vertakte groeiwijze en de vrij kleine blauwe bloemen. De lengte van de bloemkroon houdt het midden tussen die van beide ouders, de kroonbuis is minder sterk gekromd dan bij Blauw glidkruid terwijl Klein glidkruid een praktisch rechte kroonbuis heeft. Verder is de bloemkleur duidelijk minder blauw dan bij de eerst genoemde stamouder en heeft een roze zweem. Ook het formaat en de karteling van de bladeren is nagenoeg intermediair.
René van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0


Scutellaria x hybrida
© Otto Zijlstra - verspreidingsatlas.nl

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 5-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Ondiepe wortels en ondergrondse uitlopers.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De holle, rechtopstaande, vierkante, al dan niet vertakte stengels zijn meestal behaard.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De langwerpig-driehoekige bladeren zijn zwak getand. Ze staan kruisgewijs tegenover elkaar. Ze hebben naar voren gerichte kartelanden, een iets hartvormige voet en zijn kort gesteeld.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De behaarde bloemen groeien in paren, die naar één kant zijn gekeerd, in de oksels van de bovenste bladen. Ze zijn paarsblauw of zelden lichtroze en 1-2 cm, korter dan de schutbladen. Op de behaarde onderlip zie je een honingmerk. De kroonbuis is naar boven gebogen. De kelk is tweelippig (vooral goed te zien bij de vrucht). Het vruchtbeginsel is bovenstandig. Er zijn vier meeldraden en één stijl en twee stempels.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een splitvrucht. De vrucht is vierdelig. De kroon valt af terwijl de tweelippige  kelk verder uitgroeit. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Jose Hernandez, USDA-NRCS PLANTS Database


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot matig beschaduwde, vrij open plaatsen op vochtige tot meestal natte, matig voedselrijke, humeuze, iets kalkhoudende tot vrij zure grond (zand, leem, zavel, veen, klei en stenige plaatsen). Niet op brakke grond.

Groeiplaatsen: Moerassen (drijftillen), waterkanten (o.a. op stenen of houten beschoeiingen), grasland (weiland en hooiland), bermen, bossen (moerasbossen), ruigten, zeeduinen (duinvalleien), langs spoorwegen, muren (sluismuren), op rottende palen en op uitgebaggerd materiaal.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond.


gbif.org

Nederland: Algemeen in laagveengebieden en in het aangrenzende rivierengebied. Elders vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied en in Zeeland.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Blauw glidkruid

Verspreidingsatlas.nl

Blauw glidkruid x Klein glidkruid (Scutellaria x hybrida)

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in de Leemstreek en de Duinen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in Brabant en in de Hoge Ardennen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Toepassingen

Vermeerderen: Scheuren en zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Svensk botanik, deel 7, J.W. Palmstruch e.a. (1812)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)

Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)

British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)

Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Herbier de la France, deel 7, P. Bulliard (1776-1783)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)

Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra