Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Blauwe druifjes - Muscari botryoides

Frysk: Blaukraaltsje

English: Grape Hyacinth

FranÁais: Muscari en grappe

Deutsch: Traubenhyazinthe

Synoniemen:

Familie: Asparagaceae (Aspergefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Muscari komt van het Griekse moschos of van het Latijnse moschus (muskus), naar de muskusgeur van de planten. Botryoides betekent trosvormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Maart, april en mei.

Afmeting: 7-30 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Hanneke Waller - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Zinnmann - CC BY-SA 3.0


Bernt Fransson - CC BY-SA 4.0

Wortels: Een bol.


Digitale zadenatlas


Botanical Museum, University of Oslo - CC BY 4.0


Botanic Garden and Botanical Museum Berlin - CC0-1.0


Botanic Garden and Botanical Museum Berlin - CC0-1.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn niet behaard.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Dominicus Johannes Bergsma - CC BY-SA 4.0


Enrico Blasutto - CC BY-SA 4.0


Robert Flogaus-Faust - CC BY 4.0

Bladeren: Elke plant heeft twee, drie of soms vier, rechtopstaande, stijve bladen. Ze zijn ongeveer even lang als de bloemsteel (dus veel korter dan die van Langbladige druifhyacint). Verder zijn ze breed lijnvormig en 5-25 cm lang en 0,5-1,2 cm breed. Ze zijn het breedst nabij de kapvormige top. Aan de bovenkant zijn ze lichter grijsgroen. Vaak hebben ze verhoogde nerven.


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Andrew Butko - CC BY-SA 3.0


Vincent Stork - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen samen vrij dichtbloemige, aarvormige trossen, die later uitgroeien tot vrij losbloemige trossen van maximaal 7 cm lang. Volwassen bloemen zijn vrijwel bolvormig. De meestal blauwe (zelden paarsblauwe) , 3Ĺ-5 mm grote bloemen hebben witte tanden. Onvruchtbare bloemen zijn kleiner en lichter blauw.


Hanneke Waller - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Kmtextor - CC BY-SA 4.0


Espirat - CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


grutz - CC BY-SA 4.0


chrisz.gra - CC BY 4.0


iNaturalist - CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, zwak zure tot kalrijke, humeuze grond (lemig zand, lichte leem en stenige bodems).

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland, bergweiden en kalkgrasland), braakliggende grond, akkers, wijngaarden, parken, landgoederen, zeeduinen, langs spoorwegen, bossen (lichte loofbossen) en struwelen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-AziŽ en Zuid-Europa. Ingeburgerd elders in Europa en in Noord-Amerika.

Nederland: Vrij algemeen. Ingeburgerd in de 16de eeuw.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd.
WalloniŽ
: Zeer zeldzaam inheems in de regio Han-sur Lesse. Elders plaatselijk ingeburgerd.

Toepassingen

Cultuur: Veel gekweekt. Ze worden vaak gerekend tot de stinsenplanten.

Vermeerderen: Bolletjes planten.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Album van Eeden, Haarlemís flora, afbeeldingen in kleurendruk van verschillende bol- en knolgewassen, A.C van Eeden (1872-1881)


Botanische wandplaten


Deutschlands flora, deel 2, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Botanical Magazine, deel 5 (1792)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)

Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830-1833)


Gartenflora, deel 12, E. von Regel (1863)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Les Liliacťes, deel 7, P.J. Redoutť (1805-1816)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL