Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Blauwe leeuwenbek - Linaria arvensis

Frysk:

English: Corn Toadflax

FranÁais: Linaire des champs

Deutsch: Acker-Leinkraut

Synoniemen: Antirrhinum arvense

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Linaria komt van het Latijnse linum (vlas), vanwege de gelijkenis van de bladen met die van vlas. Arvensis betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m oktober.

Afmeting: 10-30 cm.


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0

Wortels


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


europeana.eu - cc by-sa 3.0


europeana.eu - cc by-sa 3.0

Stengels: Rechtopstaande stengels. De plant is voor het grootste deel kaal (alleen in de bloeiwijze met klierharen).


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren: De lijnvormige bladen zijn vrijwel kaal.


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Thierry Pernot - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Harry Rose - cc by 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bijna zittende (de bloemstelen zijn veel korter dan de kelk) bloeiwijze en de kelk zijn kleverig behaard. De bloemen zijn 4-5 mm lang (zonder de spoor) en lichtblauw met donkerder strepen. Het gehemelte is wit met paarse aderen. De spoor is 1Ĺ-3 mm lang en sterk gekromd. De stompe kelkslippen zijn lijnvormig.


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Vruchten en zaden: De doosvrucht is klierachtig behaard. De zaden zijn rondom gevleugeld. Tweezaadlobbig.


Harry Rose - cc by 2.0


Giuliano Mereu - cc by-nc-nd 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pioniervegetatie) op matig droge, kalkarme, matig voedselrijke zandgrond.

Groeiplaatsen: Akkers (akkers en akkerranden), omgewerkte grond en in Vlaanderen ook op in het vroege voorjaar langdurig onder water staande plaatsen, zodat er later in het voorjaar open kiemplaatsen ontstaan.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid-Europa. In Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika, Zuid-, West- en Midden-Europa. Nu noordelijk tot in Noord-Frankrijk, Polen en de Eifel.

Nederland: Archeofyt. Verdwenen. De laatste keer, in het wild, in 1936 gevonden bij Nijmegen.   Vroeger hoofdzakelijk in Gelderland en Utrecht.

Vlaanderen: Archeofyt. Zeer zeldzaam. In 1999 gevonden op een slibplaat aan de oever van een oude grindplas bij Dilsen-Stokkum.

WalloniŽ: Archeofyt. Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl