Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Blauwe leeuwenbek - Linaria arvensis

Frysk:

English: Corn Toadflax

FranÁais: Linaire des champs

Deutsch: Acker-Leinkraut

Synoniemen: Antirrhinum arvense

Familie: Plantaginaceae (Weegbreefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Linaria komt van het Latijnse linum (vlas), vanwege de gelijkenis van de bladen met die van vlas. Arvensis betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 10-30 cm.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Wortels


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


europeana.eu - CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Rechtopstaande stengels.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Marie Portas  - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De lijnvormige bladeren zijn vrijwel kaal.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Thierry Pernot - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bijna zittende (de bloemstelen zijn veel korter dan de kelk) bloeiwijze en de kelk zijn kleverig behaard. De bloemen zijn 4-7 mmm, lichtblauw met donkerder strepen. Het gehemelte is wit met paarse aderen. De spoor is 1Ĺ-3 mm en sterk gekromd. De stompe kelkslippen zijn lijnvormig.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht. De vrucht is klierachtig behaard. De zaden zijn gevleugeld. Tweezaadlobbig.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Giuliano Mereu -
CC BY-NC-ND 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pioniervegetatie) op matig droge, kalkarme, matig voedselrijke zandgrond.

Groeiplaatsen: Akkers (akkers en akkerranden), omgewerkte grond en in Vlaanderen ook op in het vroege voorjaar langdurig onder water staande plaatsen, zodat er later in het voorjaar open kiemplaatsen ontstaan.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid-Europa. In Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika, Zuid-, West- en Midden-Europa. Nu noordelijk tot in Noord-Frankrijk, Polen en de Eifel. Ingeburgerd in Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vroeger hoofdzakelijk in Gelderland en Utrecht. De laatste keer, in het wild, in 1936 gevonden bij Nijmegen.

Vlaanderen: In 1999 gevonden op een slibplaat aan de oever van een oude grindplas bij Dilsen-Stokkum.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Elatine, Hoenderbeet
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands flora, deel 16, J. Sturm, J.W. Sturm (1835-1837)


Hortus Elthamensis, deel 1, J.J. Dillenius (1732)


Ecphrasis minus cognitarum stirpium, deel 1, F. Colonna (1616)


Hortus Romanus juxta Systema Tournefortianum, deel 3, Giorgio Bonelli (1783-1816)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL