Wilde planten in Nederland en België

Blauw walstro - Sherardia arvensis

Frysk: Blauslyt

English: Field Madder

Français: Rubéole des champs

Deutsch: Ackerröte

Synoniemen:

Familie: Rubiaceae (Sterbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Sherardia is genoemd naar de Engelse botanicus W. Sherard (1659-1728). Arvensis betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-25 cm.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De liggende tot opstijgende stengels zijn ruw behaard, vierkantig en vanaf de voet vertakt. De plant vormt matten.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bladeren: Dezittende bladeren groeien onderaan in kransen van vier, hogerop zijn dit zes en bovenaan meestal acht (vlak onder de bloeiwijze). Ze zijn omgekeerd eirond tot lancetvormig, hebben één nerf en een toegespitste bladtop. De haren staan naar de top gericht.


Wlodzimierz -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De 3 mm grote bloemen zijn hoofdjesachtig ineengedrongen. Ze zijn licht paars-roze, lila-blauw of zelden wit. Ze hebben een lange buis van 2-3½ mm en vier kroonbladen.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een splitvrucht. De vruchten zijn bolvormig, 2-7 mm en vaak borstellig behaard met vier tot zes gestekelde, driehoekige, spitse kelktanden (als een klitvrucht). Soms zijn ze echter vrijwel kaal. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Gideon Pisanty -
CC BY 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, basische grond (klei, leem, zand, zavel, löss en mergel).

Groeiplaatsen: Akkers (akkers en akkerranden), boomkwekerijen, plantsoenen, zeeduinen (open plekken), braakliggende grond, bermen, dijken (ook op de Afsluitdijk), langs holle wegen en grasland (gazons).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied. Ingeburgerd in Europa, West-Azië, Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, Zeeland, Flevoland en langs de kust in het noordelijk zeekleigebied. Elders zeldzaam of ontbrekend.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam.
Wallonië:
Vrij zeldzaam. Het meest  in het Maasgebied en in Lotharingen.

Toepassingen

Medicinaal: In de geneeskunde werd Blauw walstro toegepast tegen waterzucht en verlamming. Het werd ook gebruikt voor het herstel van verwondingen.

Verfplant: De wortels leveren een rode kleurstof. Vogels en kleine zoogdieren die walstro eten krijgen roodgekleurde botten, omdat de kleurstof zich daar ophoopt.

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)

Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)

British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


British phaenogamous botany, deel 4: W. Baxter (1834-1843)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832-1833)

Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Dictionnaire des sciences naturelles, Plates Botanique, deel 4 (1816-1830)


Flora regni borussici, deel 8, A.G. Dietrich (1840)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL