Wilde planten in Nederland en België

Bleeksporig bosviooltje - Viola riviniana

Frysk: Boskfioeltsje

English: Common Dog Violet

Français: Violette de Rivinus

Deutsch: Hain-Veilchen

Synoniemen: Gewoon bosviooltje

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Riviniana is genoemd naar Augustus Rivinus (1652-1723), die hoogleraar in de botanie was in Leipzig.

Kruisingen: Bleeksporig bosviooltje kan een kruising vormen met Donkersporig bosviooltje (Viola x bavarica). Vooral in de duinen kun je ook de, voor een groot deel onvruchtbare bastaard met Hondsviooltje (Viola x intersita) aantreffen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April en mei (ongeveer twee weken later dan Donkersporig bosviooltje). Soms opnieuw in september.

Afmeting: 5-35 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: De wortelstok kan al of niet vertakt zijn.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels ontspringen in de oksels van de rozetbladen. Ze zijn bebladerd, weinig of niet vertakt, opstijgend en vaak zwak behaard, maar soms kaal.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De donkergroene, breed hartvormige en lang gesteelde blaadjes hebben vaak een iets blauwachtige tint. Ze zijn 3-5 cm, met een gekartelde rand. Aan de top zijn ze minder toegespitst dan die van Donkersporig bosviooltje. De middelste stengelbladen zijn 1-1,3 keerr zo lang als breed. De twee steunblaadjes aan de voet van de bladsteel zijn langwerpig (ze kunnen 8-9 mm lang worden), eindigen in een spitse punt en zijn meestal bezet met vrij korte, verspreide wimpers.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien vanuit de oksels van de stengelbladen. De vijf grote kroonbladen zijn vrij breed. De zijdelingse staan vrijwel recht opzij en bedekken de bovenste aan de voet. Ze zijn 1,4-2,5 cm, blauwpaars, maar aan de voet lichter van kleur met een honingmerk van lijntjes. De spoor is roomwit, geelwit of bleekblauw aangelopen en vaak omhoog gekromd. Aan de top is de spoor knotsvormig met twee welvingen en ingedeukt in het midden (gegroefd of ingedeukt). De vijf kelkbladen zijn spits en met 0,8-2,5 mm lange aanhangsels, die bij de onderste twee kelkbladen na de bloei groter worden. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een driekleppige doosvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde, maar soms zonnige plaatsen op vochtige tot droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot neutrale, soms kalkrijke grond (leem, lemig zand, löss, beekzand en duinzand) met een matig verterende strooisellaag.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, kasteelbossen, landgoedbossen, langs boswegen en oude lanen), kapvlakten, struwelen, beschaduwde bermen, plantsoenen, zandige dijken, waterkanten (slootkanten en dalwanden), zeeduinen (oude duinbossen, duinstruweel en ruig duingrasland op noordhellingen) en soms in grasland (hellinggrasland).

Verspreiding

Wereld: Europa en Noord-Afrika.

Nederland: Vrij algemeen in het oosten, midden en zuiden van het land en in de Hollandse en Zeeuwse duinen. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Leemstreek, de Zand- en Zandleemstreek en de Voerstreek.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL