Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Bleke basterdwederik - Epilobium roseum

Andere namen

Frysk: Túntieneblom

English: Pale Willowherb

Français: Epilobe rosé

Deutsch: Rosenrotes Weidenröschen

Verouderde of andere namen: Roze basterdwederik, Roze wilgenroosje

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Myrtales

Familie: Onagraceae (Teunisbloemfamilie)

Geslacht: Epilobium (Basterdwederik)

Soort: Epilobium roseum

Naamgeving (Etymologie): De bladen lijken op die van de wederik, vandaar de Nederlandse naam. Epilobium is van oorsprong een Oud-Griekse naam: epi betekent op, lobos betekent hauw of peul en ion is een viool. De zaaddoos lijkt op een hauw en de bloem lijkt op Viola matronalis (Hesperis matronalis -  Damastbloem), maar verschilt daarvan doordat de bloem op het vruchtbeginsel (zaaddoos) is geplaatst. Roseum betekent rozerood.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 25-90 cm.


Donald Hobern - CC BY 2.0


Olivier Pichard - CC BY-SA 3.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


biopix.com - © JC Schou

Wortels: Een wortelstok met overwinteringsknoppen. De bovenste delen komen vaak net boven de grond.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De grauwgroene, vrij brosse stengels zijn zwak behaard en hebben twee of vier smalle lijsten.


Donald Hobern - CC BY 2.0


biopix.com - © JC Schou


Onderste stengeldeel
Ennio Cassanego - CC BY-NC-ND 4.0


Bovenste stengeldeel
Ennio Cassanego - CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: Meestal staan de bladeren tegenover elkaar. Ze zijn langwerpig met de grootste breedte in het midden. De bladranden zijn onregelmatig en scherp getand. De voet is wigvormig versmald. De bladsteel is ongeveer 1-2 cm.


Donald Hobern - CC BY 2.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen samen een ijle tros. De bloeiwijze is voorzien van witte, kromme haren en verspreide klierharen. De kroonbladen zijn klein (3½-7 mm). Eerst zijn ze wit, later zijn ze bleekroze gestreept. De stempel is knotsvormig. De bloemknoppen knikken eerst.


Jerzy Opiola - GFDL


Jerzy Opiola - GFDL


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR


Ennio Cassanego - CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Zaden zonder aanhangsel. Tweezaadlobbig.


Donald Hobern - CC BY 2.0


biopix.com - © JC Schou


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 


Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak omgewerkte en kalkhoudende grond (zand, leem, klei en stenige plaatsen). Vermoedelijk zoutmijdend.

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, struwelen, heggen, kapvlakten, akkers, tuinen, verstoorde plaatsen in bermen, waterkanten (o.a. langs zandige bosbeken en rivieren), oude (vochtige) muren en tussen straatstenen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde streken in Eurazië.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen. Het meest in het midden en zuiden van het land.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Plaatselijk vrij algemeen in de Leemstreek en de Maasvallei. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam of ontbrekend.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen in Brabant, in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm.


Deutschlands flora, deel 18, J. Sturm, J.W. Sturm (1839-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra