Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Bleke morgenster - Tragopogon dubius

Andere namen

Frysk:

English: Yellow Salsify

Français: Salsifis douteux

Deutsch: Großer Bocksbart

Verouderde of andere namen: Tragopogon major, Grote morgenster

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Tragopogon (Morgenster)

Soort: Tragopogon dubius

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam heeft te maken met de stervormige bloem, die alleen 's ochtends is geopend. Tragopogon komt van het Griekse tragos (bok) en pogon (baard), dus boksbaard, hetgeen slaat op het grofharige vruchtpluis. Dubius betekent twijfelachtig of onzeker.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 20-60 cm.


AfroBrazilian - CC BY-SA 3.0


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Stan Shebs - CC BY-SA 3.0


Stan Shebs - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel. De wortel is eetbaar.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De holle stengels zijn meestal niet vertakt. Aan de voet zitten resten van bladeren van vorige jaren. De stengeltop onder het bloemhoofdje is sterk opgeblazen en bovenaan bijna even breed als het bloemhoofdje. De wollige beharing blijft vaak gedeeltelijk aan de bloeiende plant hangen.


Birger Fricke - CC BY-SA 3.0


Javier martin - Public Domain


Isidre blanc - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De smal langwerpige bladen zijn lang toegespitst en met een gave rand.


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Jerzy Opiola 0 CC BY-SA 4.0


Dean Wm. Taylor - CC BY 2.0


Silvio Colombo - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes zijn 4-6 cm lang. De lintbloemen zijn lichtgeel. De stijlen zijn paarsachtig. De helmknoppen hebben een enigszins zwarte voet. Er zijn ongeveer twaalf (tien tot veertien) omwindselblaadjes. De top van de omwindselblaadjes steekt buiten de buitenste lintbloemen. Het omwindselblad is niet ingesnoerd boven de voet.


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Andrew Butko - CC BY-SA 3.0


Andrew Butko - CC BY-SA 3.0


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De 2-3½ cm lange zaden zijn vijfkantig en voorzien van een snavel. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0


Isidre blanc - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pionier) op matig droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkrijke grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Langs spoorwegen (spoordijken), industrieterreinen, voedselrijke ruigten, bermen, zeeduinen (stuivende helmduinen), bosranden en struwelen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Midden- en Zuid-Europa. Ook in Noord-Amerika. De soort breidt zich uit naar het noordwesten.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam ingeburgerd, voornamelijk in stedelijke gebieden in het westen van het land.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Ingeburgerd tussen 1925 en 1949.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd. Het meest in het kustgebied. Voor het eerst gevonden in 1986.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Florae Austriaceae, deel 1, N.J. von Jacquin (1773)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra