Wilde planten in Nederland en België

Bieslook

Verklaring van de naam

Bieslook (Allium schoenoprasum) is een naar uien geurende plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae). Allium is mogelijk afgeleid van het Griekse aglis, dat knoflook betekent. De naam is ontstaan uit het woord glis (betekenis: iets kroms of rond) en verwijst naar de bol van de looksoorten. Maar de naam Allium zou ook afkomstig kunnen zijn van het Keltische all (betekenis: warm, scherp of brandend) en dat slaat op de eigenschappen van de plant. Schoenoprasum is een samentrekking van het Griekse schoinos (bies) en prason (look).

De naam Bieslook bestaat uit twee delen: bies en look. De plant lijkt uiterlijk op een bies, maar is echter geen famile van biesachtigen. De oorsprong van look is niet met zekerheid bekend, voor zover ik weet. Mogelijk is het van Germaanse oorsprong. Denk ook aan het Duitse Lauch.


Bieslook is een overblijvende 15 tot 50 cm hoge plant.

Stengels

In het voorjaar komen de wortelstandige en rechtopstaande, 1-2 mm brede, rolronde, holle stengels te voorschijn, die samen dichte, grasachtige pollen vormen. Aan de stengels groeien geen bladen. Aan de voet zijn de stengels meestal wel door bladscheden omhuld.

Blaadjes

  

De aromatische blaadjes zijn evenals de stengels wortelstandig.
Ze zijn lijnvormig, grijsgroen, glanzend, rolrond, wijd buisvormig, priemvormig, hol, niet geribd en ook niet gootvormig.

Bloemen

De bloemen zijn tweeslachtig. De bloemstelen zijn korter dan de vrij grote bloemen. De eigenlijke bloemen zijn smal klokvormig en 7 tot soms 15 mm lang. Samen vormen ze een dichte, hoofdjesachtige, rijkbloemige en bolvormige bloeiwijze, die meestal ongeveer even hoog als breed is. Er zijn geen broedbolletjes in de bloeiwijze. De kleur van de bloemen is roze of lila met donkerder middennerven. De bloemdekbladen zijn lancetvormig tot eirond of langwerpig-lancetvormig en spits of toegespitst. De vliezige bloeischede bestaat uit twee of soms drie, spits eironde, vaak wat roodachtig getinte, niet afvallende kleppen (schutbladen), die hoogstens net zo lang zijn als het scherm. De zes bloemdekbladen zijn in feite drie kroonbladen en drie kelkbladen. De zes meeldraden zijn korter dan de bloemdekbladen en steken dus niet uit. De helmdraden zijn priemvormig en niet getand. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. De bloei is van mei t/m juli.

Wortels

Onder de grond groeien de langwerpige bolletje met vele nevenbolletjes of broedbolletjes die voor de ongeslachtelijke voortplanting zorgen.


Veel nevenbolletjes

Vruchten

De vruchten van Bieslook zijn doosvruchten, d.w.z. het zijn droge vruchten met meer dan één zaad per vrucht. Een doosvrucht is gevormd uit meer dan één vruchtblad.

  
Uitgebloeide bieslook en de zaden

 


De vruchten van Bieslook

Biotoop

Bieslook groeit op zonnige of licht beschaduwde, vrij open plaatsen op matig droge of vochtige, matig voedselrijke, neutrale of kalkrijke zandgrond of op leem, zavel, lichte klei, mergel en ook vaak op stenige plaatsen. Je kunt de plant in het wild aantreffen nabij rivieren, zoals in zandige uiterwaarden, op open plekken in 's winters overstroomde grond langs rivieren en beken, op rivierduinen, op rivierkribben en op dijkbeschoeiingen. Ook in droog neutraal grasland is de plant te vinden, evenals op rotsachtige plaatsen en vlak langs asfaltwegen. Als cultuurrelict komt de plant voor op licht beschaduwde, grazige plaatsen bij oude of afgebroken woningen en tussen tegels of andere bestrating.

Verspreiding

Bieslook is goed bestand tegen kou en komt dan ook voor in koude en gematigde gebieden, voornamelijk op het noordelijk halfrond. In Nederland is Bieslook een vrij zeldzame inheemse plant, die oorspronkelijk alleen voorkwam in het rivierengebied. In België is de plant niet inheems, maar tegenwoordig wel op sommige plaatsen ingeburgerd.

Voor de uitgebreide soortbeschrijving van Bieslook klik je hier.

Vermeerderen en verzorging

Zaaien kan het best eind maart of eind augustus. Je kunt de zaden in een koude bak laten kiemen, maar het kan ook heel goed meteen buiten op de gewenste plak. De zaden kiemen meestal vlot op niet te koude, vochthoudende, maar zeker niet te natte grond. Je kunt de zaden licht afdekken met een heel dun laagje aarde, maar je kunt ze ook alleen licht aandrukken en ervoor zorgen dat de grond iets vochtig blijft. Sommige zaden hebben een koude periode nodig voordat ze kiemen. Gebruik het liefst verse zaden, want na enkele jaren verliezen de meeste zaden hun kiemkracht.

Als je geen geschikte tuin hebt kun je de plant in een pot kweken. Ook dan kun je gewoon iedere keer stukjes van de stengels afknippen voor gebruik. Het is wel verstandig om de plant na enige tijd over te planten in een grotere pot met verse grond. In potgrond zit normaal gesproken voldoende voeding voor ongeveer acht weken, daarna zul je voeding moeten toevoegen.

Scheuren kan echter ook prima. Hiervoor graaf je de plant uit, dan scheur je de kluit in twee of meerdere stukken en vervolgens plant je deze opnieuw uit. Dit kun je het beste doen in de lente of in de herfst.

In het jaar dat Bieslook is gezaaid oogst je nog niet te veel. Geef de plant de tijd om volwassen te worden zodat ze sterk de winter in gaat en in het tweede jaar kun je dan volop oogsten.

Als de plant gelig wordt of verdord blad heeft, dan kun je de plant tot een paar centimeter boven de grond afknippen. Binnen een aantal weken zal de plant weer nieuwe, groene sprieten maken.

Bieslook kun je het beste na enige jaren op een andere plaats zetten.

Toepassen in de heemtuin

Deze vaste plant is uitermate geschikt voor de kruidentuin, wilde plantentuin en de siertuin.. Kies een zonnige of licht beschaduwde plek op matig droge of iets vochtige, niet te voedselarme grond. Op te droge grond worden de stengels vaak gelig.

Gebruik in de keuken

Je kunt van ongeveer begin maart tot ver in oktober de stengels afknippen voor gebruik in de keuken. De plant groeit steeds weer aan.
Gebruik vooral de jonge dunne stengels. Deze hebben een frisse, uiachtige smaak. De dikkere stengels en bloeistengels zijn vaak wat taai.

Je gebruikt geen grote hoeveelheden van de plant, maar de gesnipperde stengeltjes dragen bij aan het op smaak brengen van diverse gerechten.

Dit zijn enkele van de vele toepassingen: Fijngesneden blad is lekker in salades, ragouts, sauzen en dressings, maar je kunt het ook gebruiken op gepofte of gebakken aardappelen, bij rauwkost, komkommer, kool, vis en toegevoegd aan soep. Zuivelspread met bieslooksnippers is lekker als broodbeleg. Een omelet met kastanjechampignons en bieslook smaakt ook prima en je kunt het eveneens gebruiken als garnering bij asperges met een gekookt ei.

Let op: door het mee te koken verdwijnt de smaak. Ook gedroogd verliest het snel z'n aroma. Het kan wel fijngesneden worden ingevroren.

Bloemen kunnen worden gebruikt als garnering van gerechten.

Wetenswaardigheden

De bollen zijn niet voor consumptie geschikt. Zij hebben een hallucinerende werking en kunnen, volgens sommige bronnen, ernstige concentratie- en erectieproblemen veroorzaken.

De bloeiwijzen worden ook gebruikt in bloemstukken of gedroogd in droogboeketten.

Bieslook werd 300 jaar v. C. al door de Chinezen gebruikt en in cultuur gebracht. In oude kruidenboeken staat vermeld dat het 'te veel genuttigd slapeloosheid en troebele ogen veroorzaakt'. Men beweerde ook dat het dronkenschap verdrijft en aanspoort tot onkuisheid.

Bieslook werd ook wel pijpgras genoemd.

In de volksgeneeskunde wordt dit kruid gebruikt vanwege zijn vermeende bevorderende werking op eetlust en spijsvertering en ook vanwege zijn mogelijke vochtafdrijvende werking.

Bieslook wordt bezocht door o.a. bijen, hommels en vlinders.

2001-2024 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl