Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grote brandnetel

Een korte beschrijving

Grote brandnetel heeft als wetenschappelijke naam Urtica dioica. Urtica komt van het Latijnse urere (branden), uiteraard vanwege de vele brandharen. Dioica betekent tweehuizig, want deze brandnetel is meestal tweehuizig (er zijn mannelijke en vrouwelijke planten). De Nederlandse naam spreekt voor zich.
Grote brandnetel is een overblijvende plant, die tot 130 cm hoog kan worden.

Naast de Grote brandnetel is er nog een soort die bij ons algemeen voorkomt. Dat is de Kleine brandnetel. Deze eenjarige brandnetel bereikt een hoogte van maximaal 50 cm en heeft een penwortel. De brandharen van deze soort worden vaak als nog pinlijker ervaren dan die van de Grote brandnetel.

Ook de Zuidelijke brandnetel is een eenjarige soort met een penwortel, die tot 80 cm hoog kan worden. Deze soort komt oorspronkelijk uit Zuid- en West-Europa en is bij ons zeldzaam verwilderd en plaatselijk ingeburgerd.

De plant kan zich sterk uitbreiden, met name door de kruipende, ronde, horizontale wortelstokken met taaie gele, zich sterk vertakkende wortels. Vooral als er veel stikstof in de bodem aanwezig is. Daardoor groeit de plant meestal in grote groepen.

De vierkantige stengels staan rechtop, met korte zijtakjes in de bladoksels. Op de stengels groeien, net als op de bladeren, brandharen en gewone kortere haren.

Als je prikken wilt voorkomen kun je het beste de brandnetelstengel vastpakken met een kleine naar boven gerichte beweging. De brandharen wijzen namelijk iets naar boven en breken zo niet af.

De donkergroene, tegenoverstaande bladen zijn grof ondiep gezaagd en hebben een hartvormige voet. Op de bladonderkant groeien brandharen en gewone kortere haren. De brandharen veroorzaken bij aanraking een pijnlijk en later vaak jeukerig gevoel. Aan de top van de knop van iedere brandhaar zit een weerhaakje dat bij aanraking in de huid vast komt te zitten, waarbij de knop van de brandhaar afbreekt en daarbij komt o.a. oxaalzuur en wijnsteenzuur vrij die de pijn en jeuk veroorzaken. De jeuk kan met bladeren van de Grote weegbree worden bestreden, maar ook zuring, dovenetel en hondsdraf kunnen hiervoor worden gebruikt.

De bloeiwijzen zijn groenachtig. De mannelijke bloemen vormen samen lange overhangende katjesachtige bloeiwijzen met korte zijtakken. De kleine vrouwelijke bloemen vormen kleinere kluwens, die later ook gaan hangen, met langere zijtakken. Het zijn windbestuivers.


Frank Vincentz - cc by-sa 3.0

De vier bloemdekbladen omsluiten het nootje.

Biotoop

Grote brandnetel groeit soms op zonnige, maar meestal halfbeschaduwde plaatsen met vochtige of vochthoudende, (zeer) voedselrijke, met name stikstofrijke grond. Je kunt de plant o.a. aantreffen in ruigten, zeer voedselrijke bossen en bosranden, verstoorde grond, ruderale plaatsen en stikstofrijke bermen

Verspreiding

De plant komt oorspronkelijk uit Europa en SiberiŽ. Zowel in Nederland als in BelgiŽ is de plant zeer algemeen.

Voor de uitgebreide soortbeschrijving van Grote brandnetel klik je hier.

Vermeerderen

Als de plant ťťn keer op een geschikte plek groeit hoef je deze niet te vermeerderen. Dat doet hij al uit zichzelf met zijn grote wortelstelsel. Eventueel kun je de planten scheuren en de delen daarna op een andere plek uitplanten. Je kunt de plant ook uitzaaien. Gewoonlijk kiemen de zaden snel, maar soms is er een koude periode nodig voordat de zaden kiemen.

Toepassen in de heemtuin

Je kunt de plant het beste aanplanten of uitzaaien op een achteraf plekje in de tuin. De bodem moet voedselrijk en het liefst stikstofrijk zijn.

Waardplant voor o.a. vlinders

Grote brandnetel is een belangrijke voedingsbron voor allerlei rupsen van vlinders (o.a de Dagpauwoog, Landkaartje, Atalanta, Gehakkelde aurelia en de Kleine vos), die hun eitjes op deze plant afzetten. Er komen ongeveer 80 vlindersoorten voor op deze plant.Ook andere insecten zijn afhankelijk van de brandnetel, zoals sommige nachtvlinders, wantsen, slakken, cicaden, snuitkevers, glanskevers en bladluizen.
Behalve insecten maakt ook de bosrietzanger gebruik van de brandnetel. Deze vogelsoort hangt het nest op aan de stengels van deze plant. Ook de nachtegaal maakt geregeld een nest in de brandnels.

Gebruik in de keuken

* De grote brandnetel is rijk aan carotenen, vitamine C en ijzer.
* Jonge brandnetelstengels en jonge bladeren kunnen worden bereid op dezelfde wijze als spinazie. Ook de smaak lijkt op die van spinazie.
* Je kunt van de bladeren stamppot maken.
* Er kan thee van worden gezet van jonge gedroogde bladeren (ook de bladeren van de topjes van oudere planten zijn geschikt). De thee zou helpen bij eczeem, hooikoorts, astma en allerlei andere aandoeningen. Het werkt bloedzuiverend en urinedrijvend.
* De plant wordt eveneens verwerkt in brandnetelkaas.

Hieronder een recept voor brandnetelsoep.

Dit ben je nodig:
* Gebruik alleen de jonge blaadjes (meestal zijn dit de bovenste blaadjes). Het is wel verstandig om handschoenen aan te trekken bij het plukken.
* Voor 4 personen ben je 400 gram brandnetelbladeren nodig.
* Je kunt de blaadjes ook even heel kort koken (ongeveer 1 minuut), dan prikken ze niet meer.
* Een fijngesneden ui.
* Twee in blokjes gesneden aardappelen
* Een knoflook (geperst of fijn gesneden)
* Olijfolie.
* Een liter groentebouillon.
* Peper en zout na smaak toevoegen.
* Eventueel kun je ook een dl room toevoegen.

Bereiding:
* Was de brandnetelblaadjes en snijd ze fijn.
* Fruit de ui en knoflook kort in een pan met olijfolie.
* Voeg daarna de bladeren, aardappelblokjes en bouillon toe en laat dit ongeveer een kwartier koken (of tot de aardappelen gaar zijn).
* Mix de soep fijn en breng het op smaak met peper en zout en eventueeel de room.

Een recept voor brandnetelpannenkoeken

Dit ben je nodig (voor ongeveer vijf pannenkoeken):
* 200 gram boekweitmeel.
* 250 ml. sojamelk
* 150 ml. water
* Twee handen versgeplukte brandnetelblaadjes
* Eťn theelepel bakpoeder.
* Naar smaak kun je nog een beetje zout en peper toevoegen
* Eventueel bestrooien met wat geitenkaas.

Bereiding:
* Jonge brandneteltoppen schoon spoelen en even laten drogen.
* De brandneteltoppen fijn snijden met een mes of in een keukenmachine fijnmaken.
* Meng alle ingrediŽnten in een beslagkom en klop het beslag. Eventueel kun je nog wat extra water toevoegen.
* Maak de koekenpan goed warm, voeg een beetje (olijf)olie toe en bak de pannekoekjes. Maak ze niet te dik.
* Voordat je de pannenkoekjes omdraait in de pan kun je er nog wat kaas op strooien.

Andere toepassingen

* De vezels van de stengels werden met name vroeger gebruikt om doek van te weven. Al in het bronzen tijdperk werden brandneteldoeken gebruikt voor kleding.
* Vroeger werden boter, vis en vlees in brandnetelbladeren verpakt om ze langer fris te houden (stoffen in de Grote brandnetel gaan bacteriegroei tegen).
* Brandnetelgier (bladeren en stengels geweekt in water) werkt tegen bladluizen en als bemesting.
* De planten worden ook gebruikt in haarwater.
* Brandnetelspiritus wordt gebruikt voor behandeling van de hoofdhuid en haren tegen roos en vet haar.
* Vroeger werd de plant gebruikt voor het verven van wol.
* In de Middeleeuwen maakten monniken kleine zweepjes van de brandnetelstengels en sloegen zichzelf ermee als een boetedoening.

2001-2024 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl