Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Zwartmoeskervel

Een korte beschrijving

Zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum) is een plant uit de Schermbloemenfamilie (Apiaceae). Olusatrum komt van "olus" dat groente betekent en "atrum" (= zwart).

Zwartmoeskervel is een tweejarige plant. Het eerste jaar zie je alleen de vertakte stengels en glanzende, drietallige of dubbel drietallige bladeren. In het tweede jaar gaat de plant bloeien.

 

De plant heeft een penwortel met daarnaast een aantal kleinere nevenwortels.

De plant bloeit in mei en juni met geelgroene, ongeveer 3 mm grote bloemen. Samen vormen de bloemen dichte schermen met vijf tot vijftien stralen. De bloemen worden bestoven door o.a. hommels, vlinders, bijen en zweefvliegen.

De vruchten zijn vrij zwaar en komen meestal dicht bij de moederplant terecht, waardoor de plant vaak in groepen groeit. De zaden zijn eerst groen, maar worden later zwart. De plant sterft nadat het zaad heeft gezet.

Biotoop

Zwaertmoeskervel groeit vooral op half beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke grond, zoals langs lichte duinbosjes die sterk bemest worden door vogels, langs voedselrijke heggen en bosranden, enigszins ruderale plaatsen en op klippen.

Verspreiding

In Nederland is Zwartmoeskervel is al enkele eeuwen bekend van het eiland Texel. Oorspronkelijk kwam de plant alleen daar voor (mogelijk als een verwilderde moestuinplant). Tegenwoordig kun je Zwartmoeskervel ook elders (zeldzaam) aantreffen, het meest in het kustgebied. In BelgiŽ is de plant niet ingeburgerd, maar komt er wel zeldzaam vewilderd voor. Het volledige verspreidingsgebied betreft Zuid- en West-Europa, Zuidwest-AziŽ en Noord-Afrika.

Voor de uitgebreide soortbeschrijving van Zwartmoeskervel klik je hier.

Vermeerderen

Je kunt de plant vermeerderen door te zaaien. Dit kan het hele jaar ter plekke, behalve als de grond bevroren is. De plant kan ook zich zelf prima uitzaaien op een geschikte groeiplaats. Sommige zaden kiemen niet meteen. Deze hebben een koude periode (winter) nodig voordat ze kiemen. Zwartmoeskervel groeit het best op half beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke grond. Je kunt de plant ook in een pot kweken.

Toepassen in de heemtuin

Zwartmoeskervel is geschikt voor een vochthoudende, half beschaduwde bosrand of onder en langs struiken en solitaire bomen en beschaduwde borders.

Gebruik in de keuken

Vroeger (tot ongeveer 1700) was het een populaire groente, maar tegenwoordig wordt de plant veel minder vaak gebruikt.
Nadat selderij meer werd geteeld is het gebruik van Zwartmoeskervel in de keuken sterk afgenomen.
Oogsten kan de hele winter en in het voorjaar.
De geurende plant heeft enigszins de smaak van selderij.
Alle delen van de plant zijn eetbaar, maar de bladeren en stengels worden het meest gebruikt.

* De bladstelen kunnen worden bereid zoals selderij. De jonge (eventueel gebleekte) blad- en bloeistelen worden soms kort gekookt en geserveerd zoals asperges.
* De jonge blaadjes kun je als groente bereiden. Bij het koken worden de bladeren donker van kleur.
* De stengels kook je in 5-10 minuten gaar. De bladen en de stengels wel apart bereiden.
* Het blad en de stelen kun je verder toevoegen aan salades, soepen, stoofpotjes en roerbakgroenten.
* De jonge vruchten en bloemknoppen kun je rauw op azijn zetten om ze later (als kappertjes) in salades te gebruiken.
* De enigszins bittere zaden worden gebruikt als specerij in dranken en gebak.
* De wortels kun je eveneens bereiden, op de manier zoals je dat ook doet met pastinaak.

2001-2024 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl