Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Blonde zegge - Carex hostiana

Frysk: Ljochte sigge

English: Tawny Sedge

FranÁais: LaÓche blonde

Deutsch: Saum-Segge

Synoniemen: Carex hornschuchiana

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Hostiana is genoemd naar Nicolaus Thomas Host (1771-1834), een Oostenrijke botanist.

Kruisingen: Carex x pauliana is de hybride van Blonde zegge en Dwergzegge. Carex x fulva is de bastaard van Blonde zegge en Geelgroene zegge.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 30-50 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Korte, kruipende wortelstokken, met korte uitlopers.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Los zodevormend. De rechtopstaande, dunne, gladde (bovenaan soms iets ruwe) stengels zijn stomp driekantig.Meestal met in het midden een blad.


Joseba Garmendia -
CC BY 3.0


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De vlakke, vrij ruwe bladen zijn ongeveer half zo lang als de gladde stengel. Ze zijn van boven groen, maar later worden ze geelachtig. Van onderen zijn ze vaak iets blauwig. Ze hebben een driekantige top en zijn 2-4 mm breed. De onderste bladscheden zijn geel- tot lichtbruin, de oudere gaan rafelen.


A.Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn veel korter dan de bloeiwijze. Ze hebben een nauwe, tot vier cm lange schede. Een mannelijke topaar van 2-3 mm breed (soms is er een tweede, kleinere mannelijke aar aan de voet) en meestal twee of drie (zelden vier), vrij ver uit elkaar staande, rechtopstaande vrouwelijke aren die 5-7 mm breed zijn en ongeveer 10 mm lang. De vrouwelijke aartjes zijn gesteeld (vaak ingesloten in de schede van het schutblad) en eirond tot kort cylindrisch. Vrouwelijke bloemen met drie stempels. De roestkleurige kafjes zijn 3(-4) mm lang, hebben een vliezige rand en zijn niet stekelpuntig. Ze zijn roodbruin, in het midden (de kiel) zijn ze meestal lichtbruin, maar soms groen. Het mannelijke aartje is smaller en heeft roodbruine, min of meer breed witvliezig gerande kafjes.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De geelgroene, niet gespikkelde urntjes zijn eivormig en 3-4(-5) mm lang. Ze zijn generfd en toegespitst in een bruine tweetandige snavel met stekeltjes. De snaveltanden zijn glad aan de binnenzijde. De vruchtjes zijn breed omgekeerd eirond en bruin met geelachtige kanten. Eenzaadlobbig.


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Coen van Nieuwamerongen - CC BY-NC-ND 4.0


Han Brendeke - CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselarme, onbemeste, compacte, zwak zure grond (leem, laagveen, venig zand, zandige klei, potklei of schelpkalk).

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland, polderboezemhooiland en blauwgrasland), terreininsnijdingen, heide (niet te dicht begroeide plekken) en in de bergen bij bronnen.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, op de oostpunt van Noord-Amerika (op Newfoundland en enkele nabijgelegen eilanden), hier en daar in Zuidoost-Europa en in Midden en West-Europa. In Noorwegen tot voorbij de poolcirkel.

Nederland: Zeldzaam in het oosten en midden van het land en in laagveengebieden.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Carex hornschuchiana
Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Carex hornschuchiana
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL