Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Bolletjesraket - Rapistrum rugosum

Frysk: Rapistrum

English: Annual bastard cabbage

FranÁais: Rapistre rugueux

Deutsch: Runzeliger Rapsdotter

Synoniemen: Eenjarige rapistrum

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De plant dankt zijn naam aan de hauwtjes, die onderaan smal zijn en zich dan verbreden tot een bolletje. De naam raket komt van het Franse roquette, dat is afgeleid van het Latijnse eruca, de naam voor een koolplant. Rapistrum is afgeleid van rapa (raap). De uitgang istrum duidt op mindere waarde, dus een raap, die niet geteeld wordt. Rugosum betekent rimpelig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-90 cm.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Wortels


hasbrouck.asu.edu - CC BY-SA 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-SA 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De vertakte stengels zijn onderaan borstelig behaard.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: De bladeren zijn gesteeld. De meeste hebben bij de steel enkele diepe bochtige insnijdingen. De onderste bladeren zijn veerdelig met een grote eindlob. De bovenste zijn veel minder ingesneden of alleen getand.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De lichtgele kroonbladen zijn 0,5-1 cm. De kelkbladenstaan schuin af.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De hauwtjes vormen een lange smalle tros en staan stijf rechtop tegen de stengel. Ze zijn tweeledig en 0,3-1 cm lang. Het bolvormige bovenste deel (met een lange spitse stijl) is dikker dan het in omtrek ronde steelachtige onderste deel. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op min of meer vochtige, voedselrijke, meestal omgewerkte grond (zand, leem, zavel en lichte klei).

Groeiplaatsen: Bermen (omgewoelde plekken), omgewerkte grond, braakliggende grond, ruigten, ruderale plaatsen, industrieterreinen, bij graanoverslagbedrijven, langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en soms in akkers.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied en Zuidwest-AziŽ (o.a. Turkije). Ingeburgerd in grote delen van West- en Midden-Europa.

Nederland: Vrij zeldzaam ingeburgerd, voornamelijk in stedelijke gebieden. Het meest in het westen en midden van het land.

Vlaanderen: Sinds 1955 vrij zeldzaam ingeburgerd. De soort breidt zich uit.
WalloniŽ:
Zeldzaam ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 28, Jan Kops, F.W. van Eeden, L.Vuyck, W. J. LŁtjeharms en A. de Wever (1934)


Flora Graeca, deel 7, J. Sibthrop, J.E. Smith (1830)


Das Pflanzenreich, Cruciferae - Brassiceae, deel 105, H.G.A. Engler (1919)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL