Wilde planten in Nederland en België

Bolletjesvaren - Onoclea sensibilis

Frysk:

English: Sensitive Fern

Français: Onoclée sensible

Deutsch: Perlfarn

Synoniemen:

Familie: Onocleaceae (Bolletjesvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam slaat op de vorm van de sporenhoopjes. De naam Onoclea komt van het Griekse onos (vat) en kleiein (sluiten), naar de manier waarop de sporenhoopjes worden afgesloten. Sensibilis betekent gevoelig (in de betekenis van gevoeligheid voor vorst).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-50 cm.


Denis.prévôt -
CC BY-SA 3.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


C T Johansson -
CC BY 3.0

Wortels: Een lange, horizontaal kruipende, vertakte, bruinzwarte wortelstok.


lod.ansp.org -
CC BY-SA 3.0


lod.ansp.org -
CC BY-SA 3.0


northeastflora.myspecies.info - CC BY-NC-ND 3.0


northeastflora.myspecies.info - CC BY-NC-ND 3.0

Stengels: De stengels zijn aan de voet opstijgend en ongeveer even lang als het blad. De bladsteel is bleekbruinig, onderaan zwart en afgeplat.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


Fredlyfish4 -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De onvruchtbare bladeren staan niet in bundels, maar verspreid in onregelmatige groepjes op de wortelstok. Ze worden tot 50 cm lang, maar soms langer (tot 80 cm). De bladschijf is veerdelig met 8-14 paar (langs de bladspil) ongedeelde blaadjes. De bleekgroene bladen zijn breed driehoekig tot eirond. De deelblaadjes zijn lancetvormig, spits en gegolfd gelobd of ze hebben een bijna gave rand. De deelblaadjes zijn niet gesteeld, diep gelobd (eikenbladachtig), sterk ingerold en bolvormig. De bladas is naar boven toe breed gerand en loopt over in een kleine eindlob.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


peganum -
CC BY-SA 2.0


Fredlyfish4 -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: De vruchtbare bladeren zijn eerst groen, maar worden spoedig zwart en zijn dan krulvormig opgevouwen. Ze zijn langer gesteeld en dubbel geveerd. De deelblaadjes omvatten de sporendoosjes helemaal. Later scheuren deze open.


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Aomorikuma -
CC BY-SA 4.0


peganum -
CC BY-SA 2.0


peganum -
CC BY-SA 2.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, zure grond (o.a. laagveen). Gevoelig voor vorst.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, parkbossen, kasteeltuinen, moerasige plaatsen en plaatsen waar tuinafval gestort is), open of beschaduwde moerassen en moerasbossen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit oostelijk Noord-Amerika en het oosten van Azie. Ingeburgerd in Europa en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Zeldzaam verwilderd.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
Wallonië:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen

Cultuur: Deze varen wordt geregeld toegepast in beschaduwde tuinen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


The botanical cabinet, deel 16, C. Loddiges (1829)


American fern journal, deel 7 (1917)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 6, E.J. Lowe (1839)


A flora of the state of New York (handcoloured), deel 2, J. Torrey (1843)


Dictionnaire des sciences naturelles, Plates Botanique, deel 1 (1816-1830)


Exoticarum aliarumque minus cognitarum plantarum Centuria prima, J. Breyne (1678)


Genera filicum, W.J. Hooker, Franz Bauer (1838-1842)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL