Wilde planten in Nederland en België

Bonte krokus - Crocus vernus

Frysk: Krookje

English: Dutch Crocus

Français: Crocus printanier

Deutsch: Frühlings-Krokus

Synoniemen: Bonte crocus

Familie: Iridaceae (Lissenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Crocus is oorspronkelijk een Arabisch woord en betekent saffraan. Vernus betekent van de lente.

Opmerking: De plant is nauw verwant aan de Boerenkrokus (Crocus tommasinianus). Beide soorten kunnen met elkaar kruisen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Februari, maart en april.

Afmeting: 10-20 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een stengelknol, die meestal platgedrukt bolrond is en omgeven door fijne netvormige vezels, die fijne mazen vormen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: Een rechtopstaande, korte  bloeistengel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: Twee tot vier grondstandige en rechtopstaande bladen. Deze zijn kaal, lijnvormig, 4-9 cm lang en met een witte middenstreep. Tijdens de bloei zijn ze nog maar half ontwikkeld. Ze zijn samen omgeven door enige schedebladen, die ook de jonge knol omsluiten.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. Aan de voet zitten witachtige bloeischeden. De alleenstaande, bekervormige, 3-5½ cm grote bloemen zijn wit, paars, of wit met paarse strepen of vlekken. De bloem heeft rechtopstaande slippen en een stompe of afgeronde top. Het bloemdekblad is aan de voet tot een lange buis vergroeid. De drie helmdraden zijn kaal. De lijnvormige helmknoppen zijn geel. De lange, draadvormige stijl heeft drie oranjerode stempeltakken en is langer dan de meeldraden. Bij regenachtig weer en 's nachts sluiten de bloemen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: De doosvrucht is vliezig, langwerpig, iets driehoekig en driehokkig. De doosvrucht zit eerst onder de grond zit, maar komt later in het seizoen boven de grond. De zaden zijn bijna bolrond. Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Bossen (bij buitenplaatsen, parkbossen en lichte loofbossen in berggebieden), gazons, bermen, zeeduinen (grazige plaatsen) en grasland (weiland, vloeiweiden in de Kempen, bergweiden en veenweiden).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit gebergten in Zuid- en Midden-Europa. Ingeburgerd in andere delen van Europa en Noord-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam, maar plaatselijk algemeen als stinsenplant. Ingeburgerd in de 19de eeuw.


Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd.
Wallonië:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen

Cultuur: Bonte krokus wordt veel gekweekt en behoort tot de stinsenplanten. De grootbloemige krokussen met witte, paarse of gestreepte bloemen zijn afgeleid uit selecties van Crocus vernus.

Vermeerderen: Bolletjes planten en zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Album van Eeden, Haarlem’s flora, afbeeldingen in kleurendruk van verschillende bol- en knolgewassen, A.C van Eeden (1872-1881)


Deutschlands flora, deel 6, J. Sturm, J.W. Sturm (1806-1808)


Crocus sativus
Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

Addisonia, deel 16, M.E. Eaton (1928)


Gottorfer Codex (1649-1659)


Les Liliacées, deel 5, P.J. Redouté (1805-1816)


Atlas de la flore alpine. Publié par le Club alpin allemand et autrichien, deel 5 (1899)


Florae Austriaceae, deel 5, N.J. von Jacquin (1778)


Botanical Magazine, deel 22. S.T. Edwards (1805)

Botanical Magazine, deel 48. S.T. Edwards (1821)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)

Die Alpenpflanzen nach der Natur gemalt, deel 2, J. Seboth, F. Graf (1839)

Die Alpenpflanzen nach der Natur gemalt, deel 4, J. Seboth, F. Graf (1839)

Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)

New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Hortus Romanus juxta Systema Tournefortianum, deel 6, Giorgio Bonelli (1783-1816)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Edwards’s Botanical Register, deel 17, S.A. Drake (1831)


Edwards’s Botanical Register, deel 30, S.A. Drake (1844)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Flore des serres et des jardin de l’Europe, deel 16, L. van Houtte (1865-1857)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL