Wilde planten in Nederland en België

Borstelgras - Nardus stricta

Frysk: Harregers

English: Mat-grass

Français: Nard raide

Deutsch: Borstgras

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De ruwe bladen zijn borstelvormig opgerold, vandaar de Nederlandse naam. De Latijnse naam Nardus betekent zalf, balsem of olie. Nardus was zeer vroeger de naam van vele welriekende planten, vooral de Indische Nardus. Omdat in de oudheid een grassoort Nardus werd genoemd werd deze naam op het huidige geslacht overgedragen. Stricta betekent stijf.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 10-40 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Kenraiz -
CC BY-SA 3.0


Krzysztof Golik -
CC BY-SA 4.0


Konrad Lackerbeck -
CC0

Wortels: Korte, sterk vertakte wortelstokken.


amelieschleich -
CC BY-NC 4.0


europeana.eu -
CC-BY-NC-SA-3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Dichte pollen vormend. De rechtopstaande stengels hebben één knoop bij de voet.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0


Alain Bigou - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Franco Caldarado -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De ruwe, stijve en grijsgroene bladeren zijn zeer smal en borstelvormig opgerold. Ze hebben een scherpe punt, staan schuin af en zijn aan de voet omgeven door dicht op elkaar staande, strokleurige, vezelige bladscheden. Het tongetje is vrij kort en afgeknot, met drie nerven.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Conny -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Franco Caldarado -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De groene of soms paarsachtige, naar één kant gekeerde aarvormige bloeiwijze is 3-8 cm lang. De aartjes bevatten één bloem en zijn 0,7-1½ cm lang. Ze zijn genaald en staan in twee rijen aan één kant van de aaras (eerst staan ze er tegenaan gedrukt, maar later staan ze schuin af). De aaras is ongeveer even hoog als de top van de bovenste bloem. Het onderste, driehoekige kelkkafje is ongeveer 1 mm lang en is aan de voet (een brede voet) over de breedte van de aaras vergroeid. Het valt niet af. Het bovenste kelkkafje is kleiner of afwezig. De palea (bovenste kroonkafje) is iets korter dan het lemma (kroonkafje). Het lemma is 5-9 mm lang, met twee of drie gekielde nerven en een 1-3 mm lange kafnaald.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Franco Caldarado -
CC BY-NC-ND 4.0


Valentine Kalwij - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Dominique Jacquin -
CC BY-SA 3.0


Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Alice Shanks -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselarme, zwak zure tot zure, humushoudende grond (zand en leem, zelden op verdroogd veen).

Groeiplaatsen: Heide (langs heidepaden), grasland (schraal hooiland, heischraal grasland en schraal weiland), bermen en dijken (zandige plekken), zeeduinen (duinvalleien) en aan de bovenrand van hellingen op grinderig-lemige afzettingen.

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken in West-Azië, Noordwest-Afrika en in het grootste deel van Europa (in het zuiden alleen in gebergten). Ook op Groenland en in het oosten van Noord-Amerika. Ingeburgerd in Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vrij zeldzaam in het oosten en midden van het land, op de Waddeneilanden en in de duinen van noordelijk Noord-Holland en zeer zeldzaam in Zuid-Limburg en in laagveengebieden. Niet in kleistreken.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Kempen. Elders veel zeldzamer.
Wallonië:
Vrij algemeen in de Ardennen. Elders veel zeldzamer.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thom (1885-1905)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, deel 3, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 3 (1790)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Icones et descriptiones plantarum, deel 3, A.J. Cavanilles (1794)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL