Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Bosaardbei - Fragaria vesca

Andere namen

Frysk: Wylde ierdbei

English: Wild Strawberry

Français: Fraise des bois

Deutsch: Walderdbeere

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Fragaria (Aardbei)

Soort: Fragaria vesca

Naamgeving (Etymologie): Aardbei heet zo omdat de plant dicht bij de aarde (grond) groeit. Bei is waarschijnlijk ontstaan via het Franse baie uit het Latijn: baca (bes). Fragaria komt van het Latijnse fragrans (welriekend) en slaat dan op de geur van de vrucht. Vesca betekent fijn, zwak of gering.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni, maar soms tot in de herfst.

Afmeting: 5-30 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Worteldiepte 10 tot 20 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De kruipende stengels en de bladstelen zijn dicht afstaand behaard. De bloemstelen zijn meestal begroeid met schuin omhoog gerichte of aangedrukte haren. De plant heeft bovengrondse uitlopers en kan zo vrij grote plakkaten vormen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De bladeren zijn drietallig. De deelblaadjes zijn eirond en niet gesteeld (zittend). Ze hebben 15-23 vrij diepe spitse zaagtanden. De bladrand is niet wit gewimperd. Aan de onderkant zijn ze vrijwel niet glanzend zilverachtig behaard.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen, met een brede bloembodem, groeien in losse bijschermen, die maar weinig boven de bladeren uitkomen. Ze zijn 1-1½ cm, inclusief de bijkelk. De vijf kroonbladen zijn wit, rondachtig, aan de top afgerond en ze bedekken elkaar met de randen. Er zijn tien vergroeide kelkslippen en bijkelkslippen. De bijkelkslippen zijn wat smaller dan de kelkslippen. Ze zijn, evenals als de bloembodem, behaard. De meeldraden en het stamperhoofdje zijn geel. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een vlezige schijnvrucht. De kale aardbeien worden aan de voet omgeven door een krans van haren en uitgespreide of teruggeslagen kelkbladen en bijkelkslippen. Ze zijn breed afgerond-kegelvormig, vlezig, helderrood en aan de buitenkant bedekt met zaden tot aan de voet. Ze zijn eetbaar en zoetzuur van smaak. Ze vallen af zonder de kelkbladen. De zaden (de pitjes aan de buitenkant van de vrucht) zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot vaak half beschaduwde plaatsen op matig vochtige tot droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkrijke en vaak iets verdichte grond (op zand, leem, zavel, lichte klei en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (open plaatsen in loofbossen en langs bospaden), kapvlakten, houtwallen, bosranden, heggen, struwelen, dijken, bermen, afgravingen (zandgroeven en oude leemkuilen), grasland (kalkgrasland en hellinggrasland) op voormalige akkers, soms op muurtjes en in de zeeduinen.

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen. In gebieden met een gematigd klimaat.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in de Hollandse en Zeeuwse duinen, in het rivierengebied en in Zuid-Limburg. Elders vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Gevoekig. Trend sinds 1950: sterk afgenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzaam in de Polders en in de Kempen. Het meest in de Leemstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen. Het meest in Brabant en ten zuiden van de Samber en de Maas (behalve in de Hoge Ardennen).
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Toepassingen

Medicinaal: Vroeger werd de bosaardbei in verband gebracht met Venus. De plant diende om de huidskleur te verbeteren en rimpels en sproeten te bestrijden. Een moes van bosaardbeien werd op het gezicht aangebracht en moest een hele nacht inwerken. Winterhanden en wintervoeten dacht men te kunnen voorkomen door in de zomer de handen en voeten in te wrijven met de moes. Uit het blad werd een stof tegen jicht en geelzucht gewonnen. De bladeren zijn geschikt voor toevoeging aan kruidenthee of salade.

Keuken: Vruchten van Bosaardbei hebben een meer uitgesproken smaak dan die van de gekweekte aardbei. Ze smaken fris en zijn geschikt voor vruchtensalades, vruchten aardbeien zijn rijk aan vitamine C, looistoffen en mineralen.
Er is ook een vorm met witte, zoete vruchtjes.

Vermeerderen: Scheuren en zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Neerland’s Plantentuin, deel 2, C.A.J.A. Oudemans (1865-1867)


Botanische wandplaten


Deutschlands flora, deel 1, J. Sturm, J.W. Sturm (1796-1798)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Der Fruchtbringenden Gesellschaft, M. Merian (1646)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1807)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

Choix des plus belles fleurs et des plus beaux fruits, P.J. Redouté (1827-1833)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Flora regni borussici, deel 5, A.G. Dietrich (1837)

Flore médicale, deel 3, F.P. Chaumeton (1830)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 3, J.E. Sowerby (1864)

British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Phytanthoza iconographia, deel 2, J.W. Weinmann (1739)


Etudes de fleurs et de fruits, Henriette Antoinette Vincent (geboren Rideau du Sal) (1820)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


New Kreüterbuch, P.A. Mattioli, (1563)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


La Belgique horticole, journal des jardins et des vergers, deel 2 (1852)


La Belgique horticole, journal des jardins et des vergers, deel 2 (1852)


La Belgique horticole, journal des jardins et des vergers, deel 4 (1854)


La Belgique horticole, journal des jardins et des vergers, deel 5 (1855)


La Belgique horticole, journal des jardins et des vergers, deel 8 (1858)


La Belgique horticole, journal des jardins et des vergers, deel 10 (1860)


La Belgique horticole, journal des jardins et des vergers, deel 15 (1851-1885)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra