Wilde planten in Nederland en België

Bosanemoon - Anemone nemorosa

Frysk: Boskanemoan

English: Wood Anemone

Français: Anémone des bois

Deutsch: Buschwindröschen

Synoniemen:

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Anemone komt van het Griekse anemos (wind), door de spoedig afvallende kelkbladen, die door de wind worden meegevoerd. Anemone was een nimf aan het hof van de godin Flora. Floras Zephyr, de god van de wind, werd verliefd op Anemone, waarna ze door de jaloerse godin Flora in een bloem werd veranderd. Nemorosa betekent van het bos.

Een kweekvorm
De cultuurvorm met in bloembladen veranderde meeldraden (gevulde bloemen) wordt veel aangetroffen in stinzenmilieus. De halskraagvorm kan zich alleen uitbreiden via de kruipende wortelstok en kan geen zaad aanmaken. Bovendien begint de dubbele bosanemoon pas te bloeien als de wilde vorm bijna is uitgebloeid.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Maart t/m mei.

Afmeting: 5-25 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een horizontaal kruipende wortelstok. Worteldiepte tot 10 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: Vaak grote groepen vormend. De stelen van de wortelbladen zijn bij de top kort behaard. De bloemstelen en de wortelbladen groeien rechtstreeks vanuit de wortelstokken.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De drie stengelbladen zijn lang gesteeld (de bladen zijn dubbel zo lang als hun steel) en bijna tot de voet handvormig gedeeld in drie of vijf langwerpig-eironde grof gezaagde slippen. De onderste bladeren komen meestal pas na de bloei te voorschijn.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeistengels dragen meestal maar één bloem, zelden zijn het er twee. De halfknikkende tot rechtopstaande bloemen zijn wit, vaak iets roze of paarsrood aan de onderkant en 2-4 cm groot. Meestal hebben de bloemen zes kale bloemdekbladen (zelden meer). De omwindselbladen met een 1-2 cm lange steel. In de bloem zie de meeldraden met gele helmknoppen en de bovenstandige vruchtbeginsels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Zaden met een mierenbroodje, die door mieren verspreid worden. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Giftigheid: Zwak giftig.

Biotoop

Bodem: Licht tot matig beschaduwde, zelden zonnige plaatsen op vochtige (soms matig droge tot vrij natte), matig voedselrijke, losse, humeuze, zwak zure tot iets kalkhoudende en bij voorkeur lemige grond (leem, zand, zavel, klei, löss en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, parkbossen, duinbossen en langs bospaden), struwelen, houtwallen, heggen, hakhout, kapvlakten, bermen, grasland (beekdalhooiland en bergweiden), boomgaarden, waterkanten (langs greppels en slootkantjes) en oude rivierduinen.

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het grootste deel van het Middellandse-Zeegebied.

Nederland: Vrij algemeen in het oosten en midden van het land, in Zuid-Limburg en in de Zuid-Hollandse duinen. Zeldzaam op de Veluwe en in Noord- en Midden-Limburg. Zeer zeldzaam op Texel en in veen- en kleigebieden.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Toepassingen

Medicinaal: Bosanemoon werd gebruikt tegen reuma, lepra en kiespijn. Het sap werd gebruikt om urine af te drijven en oogontstekingen te behandelen. Net als de meeste andere planten van de ranonkelfamilie bevat de Bosanemoon giftige stoffen, die bij gevoelige mensen voor huidproblemen kunnen zorgen.

Vermeerderen: Scheuren of zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)

Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1807)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)

Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)

New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Parisiensis, deel 8, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832-1833)

Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Gartenflora, deel 27, E. von Regel (1878)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)

Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 1 (1788)


Herbier de la France, deel 1, P. Bulliard (1776-1783)


Rariorum plantarum historia, deel 1, C. Clusius (1601)

Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)

Histoire universelle du règne végétal, deel 10, P.J. Buchoz (1775-1778)

Phytanthoza iconographia, deel 4, J.W. Weinmann (1745)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL