Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Bosbingelkruid - Mercurialis perennis

Frysk: BoskbingelkrŻd

English: Dog's Mercury

FranÁais: Mercuriale des bois

Deutsch: Wald-Bingelkraut

Synoniemen: Overblijvend bingelkruid

Familie: Euphorbiaceae (Wolfsmelkfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Mercurialis is naar de God Mercurius genoemd. Perennis betekent overblijvend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: April en mei.

Afmeting: 20-40 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een wortelstok met lange uitlopers, die dicht onder de oppervlakte groeien. Bosbingelkruid groeit vaak in grote groepen.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels staan dicht opeen. Ze zijn niet vertakt. Eerst zijn ze donkergroen, later worden ze donker blauwachtig en bij het drogen zwart.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De langwerpige, 4-12 cm lange bladeren zijn stomp getand. Naar de top staan ze dichter bij elkaar. De onderste bladeren zijn schubvormig. De bladsteel is langer dan 0,5 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De alleenstaande of met twee of drie bij elkaar staande vrouwelijke bloemen zijn groenachtig. Ze staan op lange stelen en zijn 4-5 mm lang. Ze hebben een driedelige, groene kelk. De mannelijke bloemen groeien in lange katjesachtige aren.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een kluisvrucht. De sterk behaarde vruchten zijn 5-8 mm. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Malcolm Storey
- bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Emma Silviana Mauri -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige tot soms vrij natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkrijke grond met een goed verterende strooisellaag (leem, zavel, klei, lŲss en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, gemengde bossen, hellingbossen, kalkrijke bossen, bergbossen en bronbossen), kapvlakten, struwelen en langs resten van houtwallen, waterkanten (beschaduwde beekoeverwallen) en zeeduinen.

Verspreiding

Wereld: In Europa, noordelijk tot in Zuid-ScandinaviŽ en zuidelijk tot in het noorden van Spanje, ItaliŽ, de Balkan en de Kaukasus tot in Iran Ook in Noord-Afrika. Ingeburgerd in AustraliŽ.

Nederland: Zeldzaam in Zuid-Limburg en zeer zeldzaam in het oosten van het land, in het rivierengebied, in de Kempen en in de kalkrijke duinen.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Leemstreek. Elders zeldzamer.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in het Maasgebied en in Lotharingen. Elders zeer zeldzamer.

Toepassingen

Medicinaal: Zowel voor vee als voor de mens is de plant giftig. In de volksgeneeskunde werd BosbingelKruid. gebruikt als laxeermiddel in kleine hoeveelheden. In de apotheek wordt het sap soms toegevoegd aan zalven voor bepaalde eczemen en schilferende huidaandoeningen.

Vermeerderen: Scheuren.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 18, Jan Kops en F.W. van Eeden (1889)


wildt Bingelcruyt
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Wildt Bingelcruyt
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Svensk botanik, deel 7, J.W. Palmstruch e.a. (1812)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amťdťe Masclef (1893)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)

British entomology, deel 1, J. Curtis (1823-1840)


British phaenogamous botany, deel 2: W. Baxter (1834-1843)


Herbier de la France, deel 5, P. Bulliard (1776-1783)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


Illustratio systematis sexualis Linnaei, J.S. Miller (Mueller, MŁller), M.B. Borckhausen, (1770-1777)

Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)

English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)

Flora regni borussici, deel 10, A.G. Dietrich (1842)

New KreŁterbuch, L. Fuchs (1543)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL