Wilde planten in Nederland en België

Bosgeelster - Gagea lutea

Frysk: Boskgoudstjer

English: Yellow Star-of-Betlehem

Français: Gagée jaune

Deutsch: Wald-Gelbstern

Synoniemen:

Familie: Liliaceae (Leliefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Gagea is vernoemd naar Thomas Gage (1781-1820), een Engelse botanicus. Lutea betekent geel.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Maart, april en mei.

Afmeting: 10-30 cm.


Atriplexmedia -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Qwert1234 -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Een ronde, toegespitste bol.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Stengels: De stengels zijn kaal.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Petr Filippov -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De alleenstaande, grondstandige, meestal geelgroene bladen zijn langwerpig tot lijnvormig, vlak, 0,5-1,2 cm breed en priemvormig toegespitst. De langwerpige stengelbladen zijn bijna tegenoverstaand. Ze hebben een behaarde rand en soms groeien er broedbolletjes in de oksels. Ze staan dicht bijeen onder de schermvormige bloeiwijze en zijn beide aan de rand spinnenwebachtig gewimperd.


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemstelen zijn kaal, vrij lang en worden tot dubbel zo lang als de bloemen. De gele bloemen staan schermvormig met twee tot zelden tien bij elkaar. Ze zijn 1½ -2½ cm en stervormig. De onbehaarde bloemdekbladen hebben een afgeronde top. Bij het uitbloeien rollen ze achterover en zijn dan dofgroen. De meeldraden zijn omstreeks half zo lang als het bloemdek, met eironde helmknopjes.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Het zaad heeft een mierenbroodje en wordt door mieren verspreid. Broedbolletjes kunnen uitgroeien tot een nieuwe plant. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Catherine Mahyeux - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde of zonnige plaatsen op vrij droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot vrij kalkrijke zandgrond. Ook op regelmatig kortstondig overstroomde plekken.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, vrij droge, voedselrijke bossen en parkbossen), struwelen, beschaduwde bermen, boomgaarden, waterkanten (oeverwallen in beekbegeleidende loofbossen), bronhellingen, grasland, grasveldjes in oudere delen van dorpen en perken.

Verspreiding

Wereld: Europa en delen van Azië.

Nederland: Zeldzaam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Wallonië:
Zeldzaam in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen.

Toepassingen

Cultuur: Bosgeelster wordt wel gerekend tot de stinsenplanten.

Vermeerderen: Broedbolletjes planten en zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)
Deutschlands flora, deel 7, J. Sturm, J.W. Sturm (1808-1809)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 10, A.G. Dietrich (1842)

Botanischer Bilderatlas nach dem natü rlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)

New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)

Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


British phaenogamous botany, deel 1: W. Baxter (1834-1843)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)

British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)

Curtis's Botanical Magazine, deel 30, S.T. Edwards (1809-1920)

Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Illustrations of the botany and other branches of the natural history of the Himalayan Mountains and of the flora of Cashmere, deel 2, J.F. Royle (1839)


Les Liliacé es, deel 6, P.J. Redouté (1805-1816)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amé dé e Masclef (1893)


Bulbus sylvestris seu Ornithogalum luteum
Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL