Wilde planten in Nederland en België

Boskruiskruid - Senecio sylvaticus

Frysk: Glêde krúswoartel

English: Woodland Ragwort

Français: Séneçon des bois

Deutsch: Wald-Greiskraut

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam kruisKruid. is misschien ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio komt van senex (grijsaard), om het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Sylvaticus betekent in het bos groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 10-90 cm.


kuleuven-kulak.be/bioweb


John de Vos - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


AnRo0002 -
CC0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Forest en Kim Starr - CC BY 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De dunne, rechtopstaande stengels zijn gegroefd en meestal alleen in de bovenste helft vertakt. Ze zijn dof lichtgroen, spinragachtig behaard en niet kleverig.


John de Vos - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: Eerst zijn de bladeren spinragachtig behaard, later slijt dit weg. Ze zijn veervormig gespleten, soms iets liervormig met bochtig getande slippen. De onderste bladeren hebben korte stelen. Ze zijn elliptisch , veerdelig, met de grootste breedte boven het midden. De middelste en bovenste bladeren zijn breder. De getande oortjes zijn halfstengelomvattend.


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be/bioweb


John de Vos - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Polygaam. De bloemen groeien in vrij grote, schermvormige pluimen aan het eind van de stengels. De 4-6 mm grote bloemhoofdjes hebben acht tot vijftien, korte, gele lintbloemen, die later omkrullen. Ze steken maar weinig buiten het omwindsel uit. Het groene omwindsel is ongeveer twee keer zo hoog als breed. De omwindselblaadjes hebben geen zwarte top.


kuleuven-kulak.be/bioweb


John de Vos - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De 2-2½ mm grote zaden zijn begroeid met korte, aangedrukte haren. De zaden zijn langlevend (1-5 jaar), maar meestal blijven de zaden in de bodem niet meer dan één of twee jaar kiemkrachtig. Tweezaadlobbig.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkarme, goed doorlatende, humusrijke zandgrond.

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen en langs bospaden), bosranden, struwelen, houtwallen, kapvlakten, storm- en brandplekken, zeeduinen (langs duinpaden en in duinstruwelen), heide, bermen, dijken, omgewerkte grond, braakliggende grond, langs spoorwegen, afgravingen (zandafgravingen), plantsoenen en akkers (akkerranden).

Verspreiding

Wereld: Europa, hoofdzakelijk in het westen en midden. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen.  Het  meest op de zandgronden in het oosten en midden van het land en in de duinen.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest  in de Kempen, de duinen en in de Zand- en Zandleemstreek.
Wallonië:
Algemeen. Het meest  in de Ardennen.

Toepassingen

Vermeerderen: Zaaien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


Flora regni borussici, deel 12, A.G. Dietrich (1844)

Hortus Elthamensis, deel 2, J.J. Dillenius (1732)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL