Wilde planten in Nederland en België

Bospaardenstaart - Equisetum sylvaticum

Frysk: Boskbiezemke

English: Wood Horsetail

Français: Prêle des bois

Deutsch: Waldschachtelhalm

Synoniemen:

Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Sylvaticum betekent in het bos groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt .

Rijpe sporen: April, mei en juni.

Afmeting: 15-75 cm.


Trachemys -
GFDL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


W. Carter -
CC0

Wortels: De tere, vrij dunne wortelstok (een soort knol) is eerst roodbruin behaard, maar wordt later kaal.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De ovruchtbare stengels komen tegelijk met de vruchtbare stengels boven de grond. De onvruchtbare stengels zijn glad of iets ruw, 3-5 mm dik en met tien tot achttien ribben (11-14 vlakke lijsten, die alleen aan de rand ieder 1 rij knobbels dragen). Ze vormen dichte kransen van groene overhangende dunne takken, die zich veervormig vertakken. Ze zijn 4-5-kantig vertakt, met 3-kantige takjes. De stengels hebben een vrij wijd middenkanaal.
Bospaardenstaart is door de zeer fijne, steeds vertakte takken en door de (in het begin) vergroeide tanden van de scheden van andere soorten te onderscheiden.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Rosser1954 -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladkransen hebben een wijd klokvormig roodbruin manchet rondom de hoofdstengels. De scheden zijn voorzien van twee tot zes, helder roodbruine tanden. De tanden van de scheden van de takjes en van de takken zijn lancetvormig, priemvormig-fijntoegespitst en afstaand.


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Abrget47j -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De vruchtbare stengels zijn 15-60 cm en verschijnen gelijktijdig met de onvruchtbare stengels. Eerst zijn ze bleek bruin- of roodachtig, maar later worden ze groen en krijgen dan evenals de onvruchtbare stengels groene zijtakken. Ze zijn zwakgegroefd (met 11-14 vlakke lijsten met zwakke groeven ertussen), niet vertakte met klokvormige, zeer grote, aan de voet groene, bovenaan bruine, droogvliezige scheden, die in 3-6 langwerpig-lancetvormige, vrij stompe (ieder uit 2-4 geheel vergroeide tanden bestaande) slippen gespleten zijn. De vrij kleine, gesteelde, eirond-langwerpige sporenaar is 1½-3 cm lang en 5-8 mm breed. De spits is afgerond, zonder stekelpunt. De spil is niet hol. Na rijpheid verdrogen ze en vallen af.


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0


Maja Dumat -
CC BY 2.0


Bff -
CC BY-SA 4.0


SStierlitz -
CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op vrij droge tot meestal vrij natte, voedselrijke, maar vrij stikstofarme, zwak zure, humusrijke grond, met horizontaal bewegend, kalkarm grond(kwel)water (zand, leem en löss). Vaak aan de voet van hellingen, waar engeszins basenrijk grondwater aan de oppervlakte komt.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, soms in naaldbosen, vrij droge voedselrijke bossen, bronbossen, met name op plekken met kalkarm kwelwater, op aarden walletjes in bossen en langs en in droogstaande greppels), bosranden, houtwallen, vochtige weiden, struwelen en waterkanten (beschaduwde slootkanten en oeverwallen aan de rand van beekdalen).

Verspreiding

Wereld: Gebieden met een koud of gematigd klimaat op het noordelijk halfrond.

Nederland: Zeldzaam op de hogere zandgronden in het oosten, midden en zuiden van het land. Afgenomen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Wallonië:
Zeldzaam. Het meest in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Hortus Romanus juxta Systema Tournefortianum, deel 8, Giorgio Bonelli (1783-1816)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


The garden. An illustrated weekly journal of horticulture in all its branches, deel 4, William Robinson (1873)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL