Boswederik - Lysimachia nemorum

Frysk:

English. Yellow Pimpernel

Français. Lysimaque des bois

Deutsch. Hain-Gilbweiderich

Synoniemen:

Familie. Primulaceae (Sleutelbloemfamilie)

Naamgeving (Etymologie). De Nederlandse naam komt van wede (wilg). De bladen van de Grote wederik lijken op die van de wilg. Lysimachia is waarschijnlijk afgeleid van en opgedragen aan Lysimachos, de veldheer van Alexander de Grote. Nemorum betekent van de bossen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur. Overblijvend.

Plantvorm. Chamaefyt of hemikryptofyt.

Hoofdbloei. Mei t/m augustu(-oktober).

Afmeting. 10-45 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels. Worteldiepte tot 10 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Stengels. De kruipende, kale, iets vierkantige, vertakte stengels wortelen op de knopen. Aan de top gaan ze over in opgerichte bloeistengels. Vaak vormt de plant kleine matten.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren. De wintergroene, tegenoverstaande bladen zijn 2-3 cm groot, eirond, vlak, zonder klierpuntjes en aan de top meestal spits en met een korte steel.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen. Tweeslachtig. De draadvormige bloemstelen zijn even lang als of meestal langer dan de bladen. De gele, schotelvormige bloemen staan op draaddunne stelen in de oksels van de middelste bladeren. Per bladpaar zie je in beide bladoksels één bloem. Deze wordt 1-1½ cm breed. Meestal zijn er vijf, maar soms zijn vier kroonbladen. De kelkslippen zijn smal lijn-priemvormig en de kroonslippen zijn afgerond en iets gewimperd. De meeldraden zijn niet met elkaar vergroeid.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden. Een doosvrucht. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem. Beschaduwde plaatsen op natte tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voerdselrijke, humeuze, zwak zure, vrij kalkarme tot kalkhoudende grond. Vooral op kwelplekken (zand, löss en leem).

Groeiplaatsen. Natte loofbossen, bossen in brongebieden, langs natte bospaden, aan de rand van ondiepe 's winters natte laagten, langs beschaduwde beekjes en vochtige bosranden.

Verspreiding

Wereld. West- en Midden-Europa, van West-Noorwegen tot in Portugal en West-Spanje en zuidoostelijk tot op de Balkan en Zuid-Italië.

Nederland. Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen. Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië. Inheems. Vrij algemeen.

Toepassingen

Vermeerderen. Scheuren of stekken.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl