Wilde planten in Nederland en België

Brede kardinaalsmuts - Euonymus latifolius

Frysk: Brede Papemû tse

English: Large-leaved Spindle

Franç ais: Fusain á large feuilles

Deutsch: Breitblä ttriches Pfaffenhü tchen

Synoniemen:

Familie: Celastraceae (Kardinaalsmutsfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam heeft te maken met de vrucht die op het hoofddeksel van een kardinaal lijkt. Euonymus is afgeleid van het Griekse eu (goed) en onoma (naam). De struik is zo genoemd door Theophrastus die het een goede naam noemde naar moeder Euony­ me, de moeder van de Furiën, die men gunstig wilde stemmen en aldus niet wilde wijzen op zijn giftige karakter. Latifolius betekent met brede bladen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt

Hoofdbloei: Mei, juni.

Afmeting: 2-6 m.


svetlana-bogdanovich - CC BY-NC 4.0


Gabriel Mayrhofer - CC0-1.0


CC0-1.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Wortels


Moscow University Herbarium - CC BY 4.0


Moscow University Herbarium - CC BY 4.0


Moscow University Herbarium - CC BY 4.0


Moscow University Herbarium - CC BY 4.0

Stam


Hervé Goë au - CC BY-SA 2.0 FR


Hervé Goë au - CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin - CC BY-SA 2.0 FR

 

Takken


svetlana-bogdanovich - CC BY-NC 4.0


Сергей - CC BY-NC 4.0


svetlana-bogdanovich - CC BY-NC 4.0


Krzysztof Ziarnek - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De langwerpig-elliptische tot omgekeerd-eironde bladeren zijn  meestal 7-12 cm lang, maar soms tot 18 cm en tot 7 cm breed. De bladrand is (nauwelijks zichtbaar) zeer fijn gekarteld.


Сергей - CC BY-NC 4.0


Сергей - CC BY-NC 4.0


Katerina - CC BY-NC 4.0


vlad50 - CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De groenachtige of vaak roodachtig aangelopen bloemen zijn meestal vijftallig. Ze staan met 4 tot 12, zelden tot 15 bijeen in bijschermen op dunne, flexibele steel.


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


HermannSchachner -
CC0


vlad50 -
CC BY-NC 4.0


HermannSchachner -
CC0

Vruchten: De gevleugelde doosvruchten hebben vijf hokken (lobben). Ze zijn geelgroen tot roodachtig. Tweezaadlobbig.


HermannSchachner -
CC0


Eddi Bisulli -
CC BY-NC 4.0


Vital Orcel -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht  beschaduwde plaatsen op voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Bossen, bosranden, parken. Vooral in bergstreken.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit uit Zuidwest-Azië , Noord-Afrika en Zuid-Europa.

Nederland: Niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam ingeburgerd.
Wallonë
: Niet ingeburgerd.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL