Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Brede orchis - Dactylorhiza majalis

Frysk: Frouljustriennen

English: Broad-leaved Marsh Orchid

FranÁais: Orchis ŗ larges feuilles

Deutsch: Breitblšttrige Fingerwurz

Synoniemen: Breedbladige orchis, Dactylorhiza majalis subsp. majalis, Orchis majalis

Familie: Orchidaceae (OrchideeŽnfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dactylorhiza is afgeleid van het Oud-Griekse dactylus (teen of vinger) en rhiza (wortel). Het slaat op de vingervormige wortelknollen. De soortaanduiding majalis is afkomstig van het Latijnse maius (mei), wat betrekking heeft op de bloeiperiode.

Kruisingen: Brede orchis kan een bastaard vormen met Vleeskleurige orchis (Dactylorhiza x aschersoniana) en met Harlekijn (Orchis x boudieri).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 15-60 cm, zelden nog hoger.


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Vojtech DostŠl -
CC BY 3.0

Wortels: Een vingervormige wortelknol.


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels worden naar de top toe hol. Ze zijn min of meer gedrongen, maar later worden ze wat langer. De stengeltop is vaak iets paars.


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Dirk Beyer -
CC BY-SA 3.0


JŲrg Hempel-
CC BY-SA 3.0 de

Bladeren: De plant heeft vier tot acht donkergroene, schuin afstaande bladen. De onderste bladeren zijn langwerpig en in het midden het breedst. De bovenste bladeren zijn smaller, met meestal onregelmatige, gevulde (zelden ringvormige) donkere vlekken, maar soms zijn ze ongevlekt. De schutbladen zijn vaak iets paarsig en meestal langer dan de bloemen.


Joachim Lutz - CC BY-SA 4.0


TomŠö Merta -
CC BY-SA 4.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De aar is kegelvormig. De bloemen zijn paarsrood, soms roze of zelden wit met donkere vlekken. De zijdelingse bloembladen staan af. De driedelige lipis vlak uitgespreid, 0,9-1,4 cm, heeft een getande rand en paarsige lijnen. De lip heeft teruggeslagen zijzijslippen en vaak een grote middenlob. Het honingmerk bestaat uit stippen, streepjes en lussen. De spoor is korter dan het vruchtbeginsel.


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


Marie Portas - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht. De zaden zijn stoffijn. Eenzaadlobbig.


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, voedselarme tot matig voedselrijke, niet of slechts licht bemeste, zwak zure tot vaak kalkhoudende, humusrijke grond (veen, zand, leem, lŲss, zavel, rivierklei en lichte zeeklei.) Ook in zwak brak milieu.

Groeiplaatsen: Grasland (moerassige plaatsen, hooiland, extensief beweid grasland en blauwgrasland), bermen, zeeduinen (grazige duinvalleien), moerassen (trilvenen en bronmoerassen), waterkanten (langs kwelsloten en greppels), buitendijkse waarden, zandplaten, afgravingen, opgespoten grond en drassige plekken op dalwanden.

Verspreiding

Wereld: Europa.

Nederland: Vrij zldzaam, verspreid in vrijwel het hele land. Sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest in de Kempen en de Leemstreek.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam in het Maasgebied en de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Moninckx atlas, deel 8, J. Moninckx (1682-1709)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Album des orchidťes de l'Europe centrale et septentrionale, Henry Correvon (1854-1939)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL