Wilde planten in Nederland en België

Brede stekelvaren - Dryopteris dilatata

Frysk: Brede rintfear

English: Broad Buckler-fern

Français: Dryoptéris dilaté

Deutsch: Breitblättriger Dornfarn

Synoniemen: Dryopteris austriaca

Familie: Dryopteridaceae (Niervarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dryopteris komt van het Griekse drys of dryos (eik) en pteris (varen), waarmee bedoeld wordt een varen die op een eik kan groeien. Dilatata betekent verwijd of uitgebreid.

Opmerking: Brede stekelvaren lijkt zeer sterk op Tere stekelvaren. Deze soort is alleen d.m.v. microscopisch onderzoek te identificeren.

Kruising: Brede stekelvaren kan een bastaard vormen met Smalle stekelvaren (Dryopteris x deweveri).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 30-120 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Franck Jullin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: De opstijgende tot rechtopstaande wortelstok is niet of weinig vertakt.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De vrij dikke, zwartbruine bladsteel is dicht beschubd. De schubben zijn groot en stevig en hebben een donkerbruine middenstreep en lichtbruine, doorschijnende randen. De steel is meestal iets korter dan de rest van het blad.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De stevige bladeren vormen een rozet. Ze staan in dichte toeven bijeen. De donkergroene bladeren worden tot 1½ meter lang en vormen samen trechtervormige tot losse bundels. Bovenaan hangen ze iets over. Het blad is in omtrek bijna driehoekig tot langwerpig-eirond. Meestal zijn ze beklierd en driehoekig, afnemend twee tot vier keer geveerd. De gezaagde deelblaadjes hebben een korte steel. Ze zijn smal driehoekig tot langwerpig. De tanden met stekelpuntjes. De bladslippen staan meestal enigszins hol. In de winter sterven de bladeren af.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Thierry Pernot - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Dominicus Johannes Bergsma -
CC BY-SA 3.0


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Aan de onderkant van de deelblaadjes zie je veel ronde sporendoosjes. Het niervormigedekvliesje heeft vaak een beklierde rand.


B.gliwa -
CC BY-SA 2.5


Øystein H. Brekke -
CC BY-SA 3.0


Muriel Bendel -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen op droge tot vrij vochtige, vrij voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, zwak zure tot zure grond (zand, leem, veen en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, naaldbossen, parkbossen en hogere randen van moerasbossen, zoals eendenkooien), houtwallen, struwelen, hakhout, kapvlakten, waterkanten (langs beschaduwde greppels, beken en sloten), zeeduinen (duinvalleien, duinstruweel en duinhellingen), beschoeiingen van voormalige zeedijken, soms op oude muren en steenglooiingen.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond, met een onderbreking in Siberië. Ook in Nieuw-Zeeland

Nederland: Algemeen, maar zeldzamer in zeekleigebieden.

Vlaanderen: Algemeen.
Wallonië:
Algemeen.

Toepassingen

Cultuur: Brede stekelvaren wordt ook in de siertuin toegepast.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Ferns (a history of Ferns): British and exotic, deel 6, E.J. Lowe (1839)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


The ferns of Great Britain and Ireland, T. Moore (1855)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL