Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Breed wollegras - Eriophorum latifolium

Andere namen

Frysk:

English: Broad-leaved cottongrass

Français: Linaigrette à feuilles larges

Deutsch: Breitblättriges Wollgras

Verouderde of andere namen: Breedbladig wollegras

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Eriophorum (Wollegras)

Soort: Eriophorum latifolium

Naamgeving (Etymologie): Eriophorum komt van het Griekse erion (wol) en pherein (dragen), omdat het aartje er na de bloeitijd wollig uitziet. Latifolium betekent met brede bladen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 30-60 cm.


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Pmau - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - GFDL

Wortels: De plant heeft geen wortelstokken.


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org


http://herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn stomp driekantig. De onderste scheden zijn vaak bruinzwart. De plant vormt dichte pollen.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Thomas Huntke - CC BY-SA 3.0 de


J.F. Gaffard - CC BY-SA 3.0


CS76 - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De bladeren zijn zwakker gootvormig dan die van andere Wollegrassoorten. Ze zijn bijna vlak. De onderste zijn bijna één cm breed. Ze gaan plotseling over in een smaller, driekantig topdeel. De bladrand is aan de voet ruw door terugwijzende stekeltjes.


Muriel Bendel - CC BY-SA 4.0


Matti Virtala - CC0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Er zijn vier tot twaalf aren op ruwe stelen of soms vrijwel zittend. De gesteelde aren buigen enigszins over. De langste aarsteel is vaak vertakt en wordt tot 6 cm lang. De aren zijn kleiner dan die van Veenpluis, tot 1 cm. Ze bevatten tot dertig bloemen. De helmknoppen worden tot 2 mm lang. De kafjes hebben één nerf.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Vruchten met witte haren, die tot 2½ cm lang worden. Eenzaadlobbig.


Muriel Bendel - CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, voedselarme, zwak zure, ijzerrijke grond (humeuze tot venige grond, laagveen en leem).

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland en blauwgrasland) en moerassen (bronmoerassen en kalkmoerassen).

Verspreiding

Wereld: West-Siberië, de Kaukasus en in Europa, behalve in de meest zuidelijke delen.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam in het oosten. Elders verdwenen.
Rode lijst 2012. Ernstig bedreigd. Trend sinds 1950: zeer sterk afgenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Rode lijst Vlaanderen. Met verdwijning bedreigd.
Beschermd.

Wallonië: Zeldzaam in Lotharingen (in de zuidelijke Ardennen).
Rode lijst. Ernstig bedreigd.
Beschermd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Taschenbuch zum Pflanzenbestimmen, Prof. Dr Paul Graebner (1918)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra