Wilde planten in Nederland en België

Canadapopulier - Populus x canadensis

Frysk:

English: Canadian poplar (Hybrid black poplar, Carolina poplar)

Franįais: Peuplier du Canada

Deutsch: Kanada-Pappel (Bastard-Schwarz-Pappel)

Synoniemen: Populus deltoides x nigra (Amerkaanse populier x Zwarte populier)

Familie: Salicaceae (Wilgenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Het Latijnse populus stond als mannelijk woord voor volk zoals in populair, terwijl het als vrouwelijk woord de naam van de boom of de populier betekende. Canadensis verwijst naar Canada.

Opmerking: Vaak zijn er ook natuurlijke tussenvormen van Canadese populier en Zwarte populier. Deze vruchtbare bomen kunnen ook weer terugkruisen met de oudersoorten.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Hoofdbloei: April.

Afmeting: Tot 35 meter.


Marcus - Public Domain


Dimėtar Nāydenov -
CC BY-SA 3.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Francisco Welter-Schultes -
CC0

Stam: Een brede, losse kroon, maar minder wijd uitgespreid dan de kroon van Zwarte populier (meer kegelvormig). Jongere bomen zijn piramidevormig. De bast is glad en grijs tot grijsgroen. Later wordt de schors gegroefd en grijsbruin.


clocktowerpower -
CC BY-NC 4.0


mikaelw -
CC BY-NC 4.0


Lucie Karna -
CC BY 4.0


Francisco Welter-Schultes -
CC0

Takken: De jonge takken zijn grijsachtig. Ze zijn rond tot hoekig met ronde tot lijnvormige lenticellen. Vaak groeien de takken eerst opzij en buigen vervolgens omhoog. De knoppen zijn kastanjebruin, glad en kleverig.


Arsenio Gonzalez Navarro -
CC BY-NC 4.0


Alexandre H. Leitão -
CC BY-NC 4.0


Fanghong -
CC BY-SA 3.0


Elena Chochkova -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De lichtgroene tot roodachtige bladsteel is rond tot afgeplat. De jonge bladeren zijn lichtgroen tot roodbruin. De oudere, 9-14 cm grote bladeren zijn hartvormig, driehoekig of iets ruitvormig en hebben een iets hartvormige (eerst een wigvormige) voet, een spitse top en een gewimperde bladrand (later vaak kaal wordend). De onderste zijnerven ontspringen op enige afstand van de bladvoet. De hoofdnerven zijn lichtgroen tot enigszins roodachtig. De bovenkant van het blad is helder groen en de onderkant licht- tot grijsgroen.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


clocktowerpower -
CC BY-NC 4.0


Dolors Casadevall -
CC BY-SA 4.0


Oleksandr Shynder -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De katjesschubben zijn wigvormig, groengeel, in tal van slippen gedeeld. Hangende katjes die meestal voor het uitlopen van het blad verschijnen. Dikke mannelijke katjes met twintig tot dertig roodpaarse meeldraden. Ze vallen spoedig af na het loslaten van het stuifmeel. De lange vrouwelijke katjes hebben een zesgroevig, bolrond vruchtbeginsel met niervormige, tweelobbige stempels, die aan de voet opgericht zijn, maar verder omgerold en tegen het vruchtbeginsel liggen. Ze blijven na de bestuiving tot in mei en juni hangen.


Mussklprozz -
CC BY-SA 3.0


Balles2601 -
CC BY-SA 4.0


Fungus Guy -
CC BY-SA 3.0


Fungus Guy -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. Ook opslaand uit de 1-3 mm grote zaden. De zaden zijn omgeven door donzig pluis. Sommige bomen produceren zeer veel van dit "pluis". Vruchtdragend na ongeveer vijftien jaar. De Canadese populier wordt vaak vegetatief vermeerderd door winterstek.Tweezaadlobbig.


David Anstiss -
CC BY-SA 2.0


George Chernilevsky -
Public Domain


Elena Chochkova -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Langs de duinrand, bossen, langs de rivieren.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Canda. Ingeburgerd in o.a. Europa.

Nederland: Algemeen. Vaak aangeplant. Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië
: Vrij zeldzaam.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL