Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Canadese fijnstraal - Conyza canadensis

Andere namen

Frysk: Fyn tongersied

English: Canadian horseweed

Français: Érigéron du Canada

Deutsch: Kanadisches Berufkraut

Verouderde of andere namen: Erigeron canadensis

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Conyza

Soort: Conyza canadensis

Naamgeving (Etymologie): Het eerste deel van de Nederlandse naam geeft aan dat de plant oorspronkelijk uit Canada kwam en het tweede deel (fijnstraal) slaat op de fijne straalbloemen. Conyza betekentbedekt met as, waarschijnlijk door het grijze zaadpluis dat aan as doet denken. Canadensis betekent afkomstig uit Canada.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 15-150 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een vrij dunne, maar stevige penwortel. Bovenaan zitten horizontale zijwortels en onderaan aftakkende zijwortels die naar beneden gaan.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De rechtopstaande, vrij ruwe, geribde  stengel is vooral in de bovenste helft vertakt en verspreid behaard.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De rozetbladen zijn spatelvormig tot ruitvormig en naar de top verwijderd gekarteld tot grof getand. Tijdens de bloei is de rozet vaak al niet meer aanwezig. De verspreidstaande stengelbladen zijn lijnvormig tot langwerpig. Ze hebben een gave rand of zijn fijn getand, ze zijn 2-5 cm lang, gesteeld en behaard met rechtafstaande haren.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Polygaam. De vele bloemhoofdjes vormen samen een sterk vertakte, pluimvormige bloeiwijze. De bloemhoofdjes zijn eivormig en 2-5 mm. De lintbloemen zijn wit of soms vuilroze en weinig langer dan de gele schijfbloemen. Het omwindsel is meestal kaal en lijnvormig. De binnenste omwindselbladen zijn 4-4½ mm. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De 1-1,5 mm lange zaadjes met vruchtpluis zijn zeer licht en worden door door de wind ver verspreid. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier en tredplant) op droge, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, omgewerkte of braakliggende, min of meer humusarme, matig zure tot kalkhoudende grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Tussen straatstenen, aan de rand van trottoirs langs gevels en muren, wegranden, braakliggende grond, braakliggende akkers, afgravingen (zandafgroeven), haventerreinen, industrieterreinen, bouwterreinen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), plantsoenen, oude muren, verwaarloosde tuinen, langs heggen, zeeduinen (buitenste duinen en randen van zandige strandvlakten), drooggevallen zandplaten, ingedijkte zandige schorren en puinhopen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Tegenwoordig is de plant op veel plaatsen in gematigde en warme streken te vinden. De soort is in de 17e eeuw vanuit Canada in enkele botanische tuinen in Europa ingevoerd en van daaruit later verwilderd. Sinds de 18e eeuw komt de plant voor in Nederland. In Ierland verscheen zij pas in 1978.


gbif.org

Nederland: Zeer algemeen, maar iets minder algemeen in het noordoosten van het land.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Ingeburgerd in de 18de eeuw.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen, maar wat minder algemeen in de Leemstreek.
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.

Wallonië:Vrij algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.

Toepassingen

Medicinaal: In Noord-Amerika werd de plant door de Navajo indianen gebruikt tegen puisten en tegen slangengif. De Chippawa gebruikten het tegen menstruatiepijn. Een extract wordt wel gebruikt tegen aambeien. Een aftreksel van 2 theelepels van delen van de bloeiende plant per kop water zou helpen tegen menstruatiepijn, baarmoederbloeding en diarree.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


American medicinal plants, deel 1, C.F. Millspaugh (1892)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


Water-color sketches of American plants, especially New England, Helen Sharp (1888-1910)


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


Botanische wandplaten


Annales des sciences naturelles. Botanique. Serie 8, deel 9 (1899)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra