Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Chinese bieslook - Allium ramosum

Frysk:

English: Fragrant garlic

FranÁais:

Deutsch: ństiger Lauch

Synoniemen: Siberische look

Familie: Amaryllidaceae (Narcisfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Allium komt van het Griekse aglis (knoflook), dat is ontstaan uit glis (iets kroms of rond), dat verwijst naar de bol van de looksoorten. Allium zou echter ook afkomstig kunnen zijn van het Keltische all (warm, scherp of brandend), dat slaat op de eigenschappen van de plant. Ramosum betekent sterk vertakt.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 20 tot 50 cm.


Michael Wolf -
CC BY-SA 3.0


nikolaydorofeev -
CC BY-NC 4.0


artem01 -
CC BY-NC 4.0


Daba -
CC BY-NC 4.0

Wortels: De bollen zijn iets langwerpig en groeien in clusters. Het omhulsel om de bol is netvormig.


KUZ Herbarium -
CC BY 4.0


Moscow University Herbarium -
CC BY 4.0


Herbarium Gatersleben - jacq.org


M.G. Popov Herbarium - gbif.org

Stengels: Dichte pollen vormend. Stengels met twee lijsten.


Daderot -
CC0


Michael Wolf -
CC BY-SA 3.0


anastasia_burdykina -
CC BY-NC 4.0


Alexey Zyryanov -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De vier tot negen, sappige bladen zijn 1,5 tot 8 mm breed. Het blad is op doorsnede bijna driekantig. Het blad is grover en breder dan dat van Bieslook.


Alla Verkhozina -
CC BY-NC 4.0


AmaŽl Borzťe -
CC BY-NC 4.0


AmaŽl Borzťe -
CC BY-NC 4.0


V.S. Volkotrub -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien schermvormig. De witte bloemdekbladen zijn 4-7 mm lang.


Michael Wolf -
CC BY-SA 3.0


Alla Verkhozina -
CC BY-SA 3.0


Aleksey Baushev -
CC0-1.0


Sergey Mayorov -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Vrij grote driedelige vruchten. Eenzaadlobbig.


Secundum naturam - Public Domain


Salicyna -
CC BY-SA 4.0


sergeyprokopenko -
CC BY-SA 4.0


nikolaydorofeev -
CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschadude, warme en beschutte plaatsen op droge tot vochthoudende grond.

Groeiplaatsen: Tuinen en tussen straatstenen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidoost-AziŽ.

Nederland: Inburgerend in stedelijke gebieden.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Niet ingeburgerd.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Toepassingen

In cultuur als keukenKruid. Het liefst worden jonge stengels gebruikt. Ouders scheuten kunnen taai worden. In het oosten van Azie wordt de plant ook als groente gegeten. De scheuten worden gebleekt door ze in het donker te zetten (net als witlof). De bleke scheuten worden kort gekookt of gewokt.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Les Liliacťes, deel 2, P.J. Redoutť (1805-1816)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL