Wilde planten in Nederland en België

Cipreswolfsmelk - Euphorbia cyparissias

Frysk: Sipresduveldrek

English: Cypress Spurge

Français: Euphorbe petit-cyprès

Deutsch: Zypressen-Wolfsmilch

Synoniemen:

Familie: Euphorbiaceae (Wolfsmelkfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De bladeren doen denken aan de naalden van de cipres. Wolfsmelk heeft te maken met het giftige melksap dat vrijkomt als de stengels doorbreekt. Het sap heeft een bijtend en branderig (met name voor huid en ogen) effect en de 'wolf' (in de betekenis van de duivel) werd gezien als de veroorzaker.
Er zijn twee verklaringen van de wetenschappelijke naam Euphorbia.
1. Euphorbia is genoemd naar Euphorbios, de Griekse lijfarts van koning Juba de Tweede van Mauretanië. Hij gebruikte planten van het geslacht Euphorbia als geneeskruid.
2. Euphorbia komt van eu (goed) en pherboo (voeden), omdat het melksap werd gebruikt ter genezing van teringlijders. Cyparissias betekent Cipresachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April en mei, maar soms ook later.

Afmeting: 15-30 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een wortelstok met uitlopers.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels (met melksap) zijn meestal vanaf de voet vertakt. De plant vormt vaak pollen.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De verspreidstaande, lijnvormige (over een groot deel van hun lengte zijn ze even breed) en spitse bladen zijn 2-3 mm breed en niet getand. Ze staan dicht opeen en zijn vrij dof groen. De blaadjes van de onvruchtbare zijtakjes zijn ongeveer borstelvormig en 0,5-1 mm breed.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutblaadjes zijn vrij rond of niervormig. Tijdens de bloei zijn ze goudgeel, later zijn ze vaak rood aangelopen. De gele bloemen groeien in schermen met negen tot achttien hoofdstralen. De honingklieren hebben meestal de vorm van een halve maan met hoornvormige uiteinden, die soms echter ontbreken. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: Een 3 mm grote, wrattige vrucht. De grijze zaden zijn zwak glanzend. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). kiemplantje met twee blaadjes. Tweezaadlobbig.


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige, vaak iets open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, basische, al of niet kalkhoudende, grazige grond (meestal zand, soms leem, zavel, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Rivierduinen, dijken, bermen, zeeduinen (kalkrijk duingrasland), struwelen, omgewerkte grond, opgespoten grond, langs spoorwegen (spoordijken en spoorwegterreinen), industrieterreinen, grasland (kalkgrasland), zandhellingen en rotsachtige plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Noord-Amerika en Europa.

Nederland: Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Vrij zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

Toepassingen

Cultuur: De plant wordt vaak gekweekt voor de siertuin.

Vermeerderen: Scheuren.

©2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl