Wilde planten in Nederland en België

Dalkruid - Maianthemum bifolium

Frysk: Twiblêd

English: May Lily

Français: Maianthème à deux feuilles

Deutsch: Zweiblättrige Schattenblume

Synoniemen: Convallaria bifolia

Familie: Asparagaceae (Aspergefamilie)

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam verwijst naar de groeiplaats van de plant. Maianthemum staat voor meibloem. Bifolium betekent met twee bladen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 7-20 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Lange, dunne, ronde, vlak onder de grond kruipende, zich vertakkende wortelstokken. Worteldiepte 10-20 cm.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, kantige, niet vertakte stengels hebben aan de voet twee schubben en een hoofdknop van de plant voor het volgend jaar. Ze groeien enigszins zigzaggewijs. Bovenaan groeien stijve, witte haren. De soort groeit in grote groepen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Miika Silfverberg -
CC BY-SA 2.0


Algirdas -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: Vanuit de wortelstok groeien alleenstaande, kortgesteelde bladen. Aan de bloeistengels groeien meestal twee verspreidstaande bladeren, maar soms zijn het er drie (deze laatste is dan meer langwerpig en heeft geen hartvormige voet). De 4-8 cm grote bladeren zijn eerst ingerold. Ze zijn eirond, spits en met een hartvormige voet en een gave rand. De nerven lopen min of meer parallel. De onderkant van de nerven en de bladsteel zijn iets behaard. De bladrand is gaaf. Ook zijn er niet bloeiende planten met slechts één langgesteeld wortelblad.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De kleine, geurende, witte bloemen groeien in korte trossen in de oksels van zeer kleine schubvormige (droogvliezige) steunblaadjes. Ze zijn stervormig, 4-6 mm en met een korte steel. De vier, later afvallende bloemdekbladen zijn niet vergroeid. Een bloem heeft vier meeldraden, die aan de voet van het bloemdek zijn ingeplant en meestal net zo lang. De stempel is tweelobbig. De stijl is kort en dik en eindigt in een stompe, tweelobbige stempel. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: De giftige, eerst groene (met roodachtige vlekjes) en later rood wordende bessen zijn ongeveer 6 mm in doorsnee. Ze zijn eenzadig. Het zaad is bolrond en geelachtig. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Beentree -
CC BY-SA 3.0


Borealis55 -
CC0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkarme, zwak zure tot zure grond met ruw, maar redelijk verterend strooisel (leem en zand, zelden op verdrogend veen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen en hellingbossen), houtwallen, kasteelparken, waterkanten (beekoeverwallen), zeeduinen (duinhellingen), stuifzandheuveltjes, lanen, zeer zelden in heide of in schraal grasland op leem.

Verspreiding

Wereld: Europa en Azië. Zuidelijk tot in de Pyreneeën.

Nederland: Algemeen in het oosten,  midden en zuiden van het land. Zeldzaam in de duinen.

Vlaanderen: Plaatselijk vrij algemeen. Niet in de Polders en in de duinen.
Wallonië:
Plaatselijk vrij algemeen.

Toepassingen

Vermeerderen: Scheuren.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 7, J.W. Palmstruch e.a. (1812)


Curtis's Botanical Magazine, deel 15, S.T. Edwards (1801)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Phytanthoza iconographia, deel 3, J.W. Weinmann (1742)


Flora Parisiensis, deel 6, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Les Liliacées, deel 4, P.J. Redouté (1805-1816)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL