Wilde planten in Nederland en België

Dennenorchis - Goodyera repens

Frysk: Dinnekaaiblom

English: Creeping Lady's-tresses

Français: Goodyère rampante

Deutsch: Netzblatt

Synoniemen:

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Goodyera is genoemd naar John Goodyer (1592-1664), een Engelse botanicus. Repens betekent kruipend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli en augustus.

Afmeting: 10-30 cm.


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Erwin Meier - CC BY-SA 3.0


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si


Orchi - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een dunne, oppervlakkig kruipende en vertakte wortelstok, die eindigt in een bladrozet (uitlopers).


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels zijn aan de voet opstijgend, rolrond, iets heen-en-weergebogen en bovenaan kort klierachtig behaard.


Orchi -
CC BY-SA 3.0


Alastair Rae - CC BY-SA 2.0


Jason Hollinger - CC BY 2.0


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si

Bladeren: Wintergroen. De vrij donkergroene rozetbladen zijn 1-3 cm. Ze zijn eirond tot langwerpg-eirond met een vrij spitse top en een steelvormig versmalde voet. De hoogtenerven zijn door vrij opvallende (vaak witachtige) dwarsnerven met elkaar verbonden. De stengelbladen zijn schedevormig met aan de voet vergroeide randen. Hogerop zitten enkele schutbladachtige bladen. De onderste bladen zijn aan de voet van de bloemstengel tot een rozet opeengehoopt. Zij hebben een brede, gevleugelde steel en eironde of langwerpig-eironde, spitse, vrij dikke bladen met duidelijke dwarsnerven. Zij blijven tot het volgende voorjaar groen en zijn vaak witgevlekt. De stengel draagt daarboven enige lijn- of lancetvormige, de stengel schedeachtige omgevende, toegespitste schubben en is naar boven evenals de bloeiwijze kort behaard.


Orchi -
CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold -
CC BY 2.5


Jason Hollinger -
CC BY 2.0


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn lijn-lancetvormig, toegespitst, eennervig, groen en meestal langer dan het vruchtbeginsel. De zoet geurende bloemen vormen samen een smalle, vrij dichte en dichtbloemige aar met tien tot vijftien bloemen die naar één kant zijn gekeerd. De bloemdekbladen zijn 3-4 mm lang en wit of gelig en van buiten groenig. De buitenste bloemdekbladen zijn langwerpig-eirond, stomp, holrond, groenachtig aangelopen en van buiten sterk-klierachtig donzig brhaard. De zijdelingse bloemdekbladen zijn afstaand, het middelste is iets langer en neigt met de zijdelingse binnenste helmachtig samen. De binnenste bloemdekbladen zijn lancetvormig, kaal, even lang als, maar smaller dan het middelste buitenste. De bloemlip is niet gedeeld en aan de voet zakvormig verdiept. Naar de top is de lip tongvormig naar beneden gebogen. Er is geen spoor. De helmhokjes zitten vrij op het tweetandig uitsteeksel van het snaveltje en bevatten ongesteelde stuifmeelklompjes. Het vruchtbeginsel is bijna of helemaal zittend, iets gedraaid, driekantig en kort behaard.


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


Cptcv -
CC BY-SA 2.5


Enrico Blasutto -
CC BY-SA 3.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


Maarten Sepp -
GFDL


Kenraiz -
CC BY-SA 3.0


Norma Malinowski -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op soms droge, maar meestal vochtige, voedselarme, meestal zure grond. Dennenorchis wortelt in half-verteerd naaldenstrooisel. Een goed doorluchte grond (zand en lemig zand).

Groeiplaatsen: Bossen (dennenbossen en andere mosrijke naaldbossen) en zeeduinen (duinvalleien en soms onder berken of kraaihei in de duinen en in jeneverbesstruweel).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond. In zuidelijkere gebieden voornamelijk in gebergten.

Nederland: Zeldzaam. Het meest op een aantal Waddeneilanden en in de duinen bij Schoorl. De soort komt sinds 1880 voor in Nederland.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen. Voor het eerst gevonden in 1942.


Geen kaartje op waarnemingen.be

Wallonië: Zeldzaam in de zuidelijke Ardennen en zeer zeldzaam in het Maasgebied. Voor het eerst gevonden in 1902.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Florae Austriaceae, deel 4, N.J. von Jacquin (1776)


A guide to wild flowers, A. Lounsberry, E. Rowan (1899)


Annals of the Royal Botanic Garden, Calcutta, deel 8(3), R. Pantling (1891)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)
Orchis repens


The botanical cabinet, deel 20, C. Loddiges (1833)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Flora Scotica, deel 1, J. Lightfoot (1777)


Flore illustré de Nice et des Alpes-maritimes. Iconographie des Orchidées, J.B. Barla (1868)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL