Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Dichtbloemig kweldergras - Pseudosclerochloa rupestris (Puccinellia rupestris)

Andere namen

Frysk:

English: Stiff Saltmarsh-grass

Français: Glycérie rupestre

Deutsch: Dichtblütiger Salzschwaden

Verouderde of andere namen: Puccinellia rupestris

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Geslacht: Puccinellia (Kweldergras)

Soort: Pseudosclerochloa rupestris

Naamgeving (Etymologie): Puccinellia is genoemd naar de botanicus Benedetto Puccinelli (1808-1850). Rupestris betekent van de rotsen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-50 cm.

© L. Rooney - brc.ac.uk


© Ron van 't Veer - verspreidingsatlas.nl


© Ron van 't Veer - verspreidingsatlas.nl


Dr Mary Gillham Archive Project -
CC BY 2.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bloeistengels liggen uitgespreid of zijn soms opstijgend.


© L. Rooney - brc.ac.uk


© Ron van 't Veer - verspreidingsatlas.nl


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Bladeren: De bladen zijn vlak.


© L. Rooney - brc.ac.uk


Bob Hamps - british-wild-flowers.co.uk


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Bloemen: Tweeslachtig. De pluim is éénzijdig, dicht, stijf en staat schuin tot recht af. De aartjes zijn zeer kort gesteeld. Het onderste kelkkafje is bijna 3 mm lang, het bovenste 2½-3 mm.

© L. Rooney - brc.ac.uk


© Ron van 't Veer - verspreidingsatlas.nl


imago.indiana.edu - CC BY-NC 3.0


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak wat betreden, licht tot zwak brakke bodems (klei, zandige klei, stenige plaatsen en plaatselijk op veen).

Groeiplaatsen: Waterkanten, schorren, brak grasland (buitendijks en binnendijks weiland), bermen (langs kleiwegen), wagensporen, zandige of kleiige ruiterpaden en ingangen bij weilandhekken in brak grasland; vroeger langs de Amsterdamse grachten.

Verspreiding

Wereld: Van het binnenland van Spanje via de West-Europese kustgebieden noordelijk tot in Midden-Engeland (vroeger tot in zuidelijk Schotland).
Het GBIF plaatje berust deels op foutieve records. Zo is de soort niet bekend van Skandinavië, hier is Pseudosclerochloa verward met Stijf hardgras. De vindplaatsen in Zuid en midden Spanje lijken mij ook onjuist, hier gaat het over een andere gelijkende soort, nl. Sclerochloa dura (bron Ron van 't Veer).


gbif.org

Nederland: Vroeger plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden, langs het IJ en de voormalige Zuiderzee en zeer zeldzaam in Zeeland. In 1987 bij Kampen gevonden, daarna lange tijd afwezig in Nederland. In 2018 weer teruggevonden en plaatselijk algemeen in meerdere brakke graslanden in een van de droogmakerijen van de Zaanstreek in Noord-Holland (meded. Ron van 't Veer).
Rode lijst 2012. Verdwenen uit Nederland. Trend sinds 1950: maximaal afgenomen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


2. Festuca procumbens
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, deel 3, Georg Christian Oeder e.a. (1839)


Flora Londinensis, deel 6, William Curtis (1789-1798)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra