Wilde planten in Nederland en België

Dichtbloemig kweldergras - Puccinellia rupestris

Frysk:

English: Stiff Saltmarsh-grass

Français: Glycérie rupestre

Deutsch: Dichtblütiger Salzschwaden

Synoniemen: Pseudosclerochloa rupestris

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Puccinellia is genoemd naar de botanicus Benedetto Puccinelli (1808-1850). Rupestris betekent van de rotsen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Gras.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 10-50 cm.


David Tempelman - cc0-1.0


© Ron van 't Veer - verspreidingsatlas.nl


© Ron van 't Veer - verspreidingsatlas.nl


Dr Mary Gillham Archive Project - cc by 2.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De bloeistengels liggen uitgespreid of zelden opstijgend.


David Tempelman - cc0-1.0


© Ron van 't Veer - verspreidingsatlas.nl


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Bladeren: De bladen zijn vlak.


Moscow State University - cc by 4.0


Naturalis Biodiversity Center - cc0-1.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Bloemen: Tweeslachtig. De pluim is éénzijdig, dicht, stijf en de bloeiwijzetakken staan schuin tot recht af. De aartjes zijn zeer kort gesteeld. Het onderste kelkkafje is bijna 3 mm lang, het bovenste 2½-3 mm. Het lemma van de onderste bloemen is 2,8-4 mm lang. Na het drogen is het over de gehele lengte fijn en duidelijk generfd.


David Tempelman - cc0-1.0


© Ron van 't Veer - verspreidingsatlas.nl


imago.indiana.edu - cc by-nc 3.0


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


David Tempelman - cc0-1.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, doorgaans voedselrijke, vaak wat betreden, licht tot zwak brakke bodems (klei, zandige klei, stenige plaatsen en plaatselijk op veen).

Groeiplaatsen: Waterkanten, schorren, brak grasland (buitendijks en binnendijks weiland), bermen (langs kleiwegen), wagensporen, zandige of kleiige ruiterpaden en ingangen bij weilandhekken in brak grasland, ook op laaggelegen, deels onbegroeide plekken die 's winters nat staan. Tot 1911 ook langs de Amsterdamse grachten, zoals de Singel en de Overtoom.

Verspreiding

Wereld: In Europa voornamelijk in de kustgebieden van West-Europa. Ontbreekt in België, Denemarken en Duitsland. Zowel in Engeland als Spanje ook van het binnenland bekend, in wegbermen waar 's winters zout tegen de gladheid wordt gestrooid (bermhalofiet ofwel pekeladventief).

Nederland: Inheems. Zeer zeldzaam. Vroeger plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden, langs het IJ en de voormalige Zuiderzee (van Amsterdam tot Kampen) en zeer zeldzaam in Zeeland. In 1987 bij Kampen gevonden, daarna lange tijd afwezig in Nederland. In 2018 weer teruggevonden en plaatselijk algemeen in meerdere brakke graslanden in een van de droogmakerijen van de Zaanstreek in Noord-Holland (meded. Ron van 't Veer).

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


2. Festuca procumbens
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, deel 3, Georg Christian Oeder e.a. (1839)


Flora Londinensis, deel 6, William Curtis (1789-1798)

2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl