Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Dichte bermzegge - Carex pairae

Frysk:

English: Prickly Sedge

FranÁais: Carex ťtoilť

Deutsch: Sparrige Segge

Synoniemen: Valse stekelzegge, IJle struweelzegge

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Muricata betekent spits of stekelig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 20-70 cm.


AnRo0002 -
CC0


Julia Kruse -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Wortels: Een korte, vrij dikke en verhoutende wortelstok.


Julia Kruse - CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Dichte pollen vormend. De rechtopstaande of schuin opstijgende, kale stengels zijn stomp driekantig. Ze zijn alleen bovenaan ruw.


Ivar Leidus -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Michael Kurz -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladen zijn 2-3 mm breed en zijn weinig tot tamelijk ruw. Het tongetje is vrij breed, eirond-lancetvormig met een dunvliezige, in slipjes verdeelde rand en is aan de voorkant hoger dan het begin van de bladschijf. De onderste, vezelende scheden zijn bruin.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Gerhard Nitter -
CC BY-SA 3.0


Jean-Claude Calais - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Fornax - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De 2-4 cm lange bloeiwijze is compact en soms aan de voet iets onderbroken (alleen de onderste aar is iets van de overige verwijderd en raakt of verlapt de tweede iets). De bloeiwijze bevat vier tot tien kleine, eivormige aren met kafjesachtige tot kort priemvormige schutbladen. Onderaan zitten de vrouwelijke bloemen met twee stempels en aan de top de mannelijke. De spitse kafjes zijn lichtbruin met een groene kiel en zijn bijna net zo lang als de urntjes.


Marc Chouillou - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


@ Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De 3-4 mm grote, rechtopstaande tot schuin afstaande en niet gevleugelde urntjes zijn eerst groen, maar later worden ze donkerbruin. Ze zijn eirond, aan de voet afgeknot tot afgerond, glanzig, zwak generfd en aan de top versmald in een korte tweetandige snavel. Het vrij grote zaadje (3 mm lang) is trapeziumvormig, witachtig of lichtgeel en wordt tenslotte steenrood. Eenzaadlobbig.


AnRo0002 -
CC0


Fornax -
CC BY-SA 3.0


@ Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Meestal licht beschaduwde, grazige plaatsen op droge, matig voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond (zand en leem).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen op hellingen), bosranden (voedselrijke zomen), heggen, struwelen, hakhout en bermen.

Verspreiding

Wereld: West- en Midden-SiberiŽ en Europa, met uitzondering van het hoge noorden en delen van Zuidoost-Europa.

Nederland: Zeer zeldzaam in het oosten en midden van het land en in Zuid-Limburg. Het meest in de omgeving van Arnhem en Nijmegen.

Vlaanderen: Zeldzaam.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Nr. 22 - Nr. 22?b
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgršsern, C. Schkuhr (1801)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL