Wilde planten in Nederland en België

Dichte veldbies - Luzula congesta

Frysk: Breakromkes

English: Dense woodrush

Français: Luzule à inflorescences denses

Deutsch: Kopfige Hainsimse

Verouderde of andere namen: Dichtbloemige veldbies, Luzula multiflora subsp. congesta

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Luzula ia afkomstig van het Italiaanse luciola (glimworm), een naam die door de Italianen ook gebruikt voor biezen, omdat uit het merg van deze planten kaarsenpitten (lucigno of lucignolo) gemaakt werden. Congesta betekent gekroond of zeer nauw bij elkaar.

Ondersoorten: Voorheen onderscheidde men twee ondersoorten: Dichtbloemige veldbies (Luzula multiflora subsp. congesta) en Veelbloemige veldbies (Luzula multiflora subsp. multiflora). Tegenwoordig zijn het twee afzonderlijke soorten: Dichte veldbies (Luzula congesta) en Veelbloemige veldbies (Luzula multiflora).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April t/m juni.

Afmeting: 25-55 cm.


Christiaan de Vries -
CC BY-NC-ND 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Christiaan de Vries -
CC BY-NC-ND 4.0


Erik van Dijk -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels: Het wortelstokje staat min of meer rechtop. Er zijn geen uitlopers. Worteldiepte 10 tot 20 cm.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


Real Jardin Botanico Madrid -
CC BY-NC 4.0


Real Jardin Botanico Madrid -
CC BY-NC 4.0

Stengels: Dichte pollen vormend. De stengels staan stijf rechtop.


Gérard Leveslin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Gérard Leveslin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Sluis -
CC BY-NC-ND 4.0


Gertjan van Noord -
CC BY-ND 4.0

Bladeren: De dofgroene, vlakke bladen zijn lang wit gewimperd enn vaak wat rood aangelopen. De rand is getand.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Christian Romberg -
CC BY-SA 4.0


Stephen Moores -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in dichte, eivormige hoofdjes. Ze staan met vijf tot twintig (zelden minder) bij elkaar in een schermvormige of samengetrokken bloeiwijze (kluwenvormig samengetrokken). Ze zijn bruin of soms bleek. De helmknoppen zijn ongeveer 1 mm lang en iets korter tot iets langer dan de helmdraden (zelden zijn ze twee keer zo lang). De meestal lichtbruine, 2,9-3,5 mm lange bloemdekbladen zijn iets korter of even lang dan de vruchten.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Gérard Leveslin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Hans Mankor -
CC BY-NC-ND 4.0


Erik van Dijk -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Driezadige doosvruchten. De zaden hebben aan de voet een aanhangsel. Dit aanhangsel beslaat hoogstens 1/3 deel van de rest van het zaad. Zonder het aangangsel zijn de zaden 1,2-1,5 mm lang. De aanhangsels zijn 0,4-0,6 m lang. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


David Mercier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Gertjan van Noord -
CC BY-ND 4.0


Ed Michels -
CC BY-NC-ND 4.0


Mike Patterson -
CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme, stikstofarme, kalkarme, zwak tot matig zure, humeuze grond (zand, leem en veen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, op wortelkluiten van omgewaaide bomen, moerasbossen en langs bospaden), bosranden, kapvlakten, grasland (nat, licht bemest grasland en onbemest hooiland), bermen, heide, langs spoorwegen (spoorbermen), opgespoten grond, zeeduinen (duinvalleien) en moerassen (veenmosrietland).

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in West-Europa.

Nederland: Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Kempen.
Wallonië:
Vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL