Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Dolik - Lolium temulentum

Frysk:

English: Bearded darnel

FranÁais: Ivraie enivrante

Deutsch: Taumel-Lolch

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dolik is waarschijnlijk afgeleid van dol, vanwege de giftigheid. Lolium is de oude naam voor raaigras of dolik. De herkomst van deze naam is niet bekend. Temulentum betekent bedwelmend of dronken makend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of therofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 205-100 cm.


Bat -
CC0-1.0


James Bailey - CC BY-NC 4.0


C. D. Winker - CC BY-NC 4.0


James Bailey - CC BY-NC 4.0

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn forser dan die van Vlasdolik.


Joseph Di Tomaso - CC BY-NC 3.0


Franco Caldararo -
CC BY-NC-ND 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


prairie_rambler -
CC BY 4.0

Bladeren


Chloťm - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


sami-youssef - CC BY-NC 4.0


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Franco Caldararo -
CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De kelkkafjes zijn (7-)10-30 mm lang, gewoonlijk minstens even lang als de rest van het aartje (m.u.v. de kafnaalden) en twee tot vier keer zo lang als het onderste kroonkafje (lemma). De onderste twee lemma's zijn (4,5-)5-8,5 mm lang en vaak lang genaald.


Chloťm - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Yoan Martin - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn 4-7 mm. De vrucht is hoogstens drie keer zo lang als breed. Eenzaadlobbig.


Cesar Calderon - CC BY 3.0 us


Steve Hurst - USDA PLANTS Database


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op matig droge, matig voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Akkers (wintergraanakkers), omgewerkte grond en ruderale plaatsen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk komt Dolik uit het Middellandse-Zeegebied. Nu komt de soort voor in alle werelddelen, maar in veel landen is het sterk achteruitgegaan of verdwenen.

Nederland: Vroeger vrij zeldzaam, verspreid in het hele land, het meest in Zuid-Limburg. Voor het laatst in het wild gevonden in 1949 op de Sint Pietersberg. Soms adventief, aangevoerd met graszaad.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Verdwenen. Zeer zeldzaam als adventiefplant.

Wetenswaardigheden

De vruchten zijn vaak giftig door een infectie met een alkaloÔden bevattende schimmel (Endoconidium temulentum). De grote vruchten hebben een narcotische werking. Berichten over vergiftiging zijn al zeer oud. Door vondsten van schimmelhoudende vruchten in Egyptische koningsgraven weten we dat Dolik 4000 jaar geleden deze schimmel al had. Hinder lijkt zij er niet van te ondervinden, eerder voordeel, doordat zij door graseters wordt gemeden. In sommige streken zijn alle planten geÔnfecteerd, in andere gebieden zijn ook schimmelvrije exemplaren te vinden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Kršuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 3, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Icones et descriptiones graminum austriacorum, deel 1, N.T. Host (1801)


Farm weeds of Canada, G.H. Clark, J. Fletcher, N. Criddle (1906)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 6 (1792-1794)


Natal plants, deel 5, J.M. Wood, M.S. Evans (1904-1908)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Die Giftpflanzen Deutschlands, P.H.H. Esser, W. MŁller (1910)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Herbier de la France, deel 3, P. Bulliard (1776-1783)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL