Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Dolle kervel - Chaerophyllum temulum

Andere namen

Frysk: Dolkrûd

English: Rough chervil

Français: Cerfeuil penché

Deutsch: Taumel-Kälberkropf

Verouderde of andere namen: Chaerophyllum temulentum

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Apiales

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Geslacht: Chaerophyllum (Ribzaad)

Soort: Chaerophyllum temulum

Naamgeving (Etymologie): Dolle kervel heeft zijn Nederlandse naam te danken aan 't feit dat koeien die er te veel van eten suf worden en zich gedragen alsof ze dronken zijn (de plant is licht giftig) en de bladen lijken op die van kervel. Chaerophyllum is afgeleid van het Griekse chairoo (verplegen) en phyllon (blad), dus dat de plant om haar blad gekweekt werd. De naam had oorspronkelijk betrekking op Anthriscus cerefolium. Temulum betekent bedwelmend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 30-120 cm.


Gérard Leveslin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Sylvain Piry - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een dunne, spoelvormige penwortel.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, geribde  en gevulde stengels zijn paarsrood gevlekt en begroeid met witte, vrij lange haren die voor een deel afstaan.


Sylvain Piry - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Philipendula -
CC BY-SA 3.0


AnRo0002 -
CC0


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De verspreidstaande, donkergroene, later soms paarsachtige bladeren zijn twee- tot drievoudig geveerd. De deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig, stomp en getand. De bladscheden zijn gewimperd.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0


Henri Scordia - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De 2 mm grote, witte bloemen vormen samengestelde schermen met vijf tot twaalf stralen. De bloemen hangen als ze nog in de knop zitten. De vijf kroonbladen zijn niet behaard. Meestal is er geen omwindsel. De omwindseltjes (bestaande uit meerdere blaadjes) zijn gewimperd. De bloemen hebben verder vijf kelkbladen, vijf meeldraden, twee stijlen en twee stempels en een onderstandig vruchtbeginsel.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Jean-Jacques Houdré - tela-botanica.org -  
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Henri Scordia - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een splitvrucht. De giftige vruchten zijn langwerpig en naar de top versmald. Ze zijn 4-7 mm lang, vaak paarsachtig met brede platte ribben. De deelvruchten zijn rond. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Half beschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, stikstofrijke, vaak kalkhoudend, goed doorlatende grond (zand, leem, löss, mergel, lichte klei en zavel).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, met name zandige beekdalbossen en jonge bosaanplantingen) heggen, bosranden (voedselrijke zomen), struwelen, houtwallen, beschaduwde bermen, langs holle wegen, grasland (ruig grasland), ruigten, braakliggende grond, haventerreinen, industrieterreinen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), aan de voet van oude muren, ruderale plaatsen, waterkanten (oeverwallen), zeeduinen, plantsoenen en akkers (akkerranden).

Verspreiding

Wereld: Europa, maar vrijwel niet in de meest noordelijke en noordoostelijke dele (noordelijk tot in Zuid-Scandinavië). Ook in Noordwest-Afrika en in de Kaukasus.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg, in het oosten en midden van het land, in het rivierengebied en in de zuidelijke helft van Zeeland. Elders zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar plaatselijk zeldzaam. Het meest in de Leemstreek en de Maasvallei.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen, maar zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


nr. 177
Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


Flora Londinensis, deel 6, William Curtis (1789-1798)


British phaenogamous botany, deel 6: W. Baxter (1834-1843)


Florae Austriaceae, deel 1, N.J. von Jacquin (1773)


Flora regni borussici, deel 10, A.G. Dietrich (1842)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 4, A.Q. Rivinus (1690-1777)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra