Donderblad - Sempervivum tectorum

Frysk: Húslok

English: House-leek

Français: Joubarbe des toits

Deutsch: Hauswurz

Synoniemen: Sedum tectorum, Echt huislook, Huislook, Daklook

Familie: Crassulaceae (Vetplantenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Donderblad werd vroeger op daken geplant als bescherming tegen de bliksem. Sempervivum komt van het Latijnse semper (altijd) en vivum (levend). Tectorum betekent van de daken.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Hoofdbloei: Juli en augustus.

Afmeting: 20-45 cm.


Guérin Nicolas - cc by-sa 3.0


Dat doris - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Daderot - cc0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: Een dikke beschubde steel.


Björn S... - cc by-sa 2.0


John de Vos - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0

Bladeren: De blauwgroene bladen hebben een dofrode top. Ze vormen een rondachtig wortelrozet van 5-15 cm en zijn langwerpig omgekeerd eirond met een stekelpunt. De bladranden zijn borstelig behaard (gewimperd), maar verder zijn ze kaal.


Björn S... - cc by-sa 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Consultaplantas - cc by-sa 4.0


Roman Köhler - Public Domain

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in brede kluwens. Ze zijn roze met donkerder strepen en 2-3 cm groot. De acht tot achttien kroonbladen (meestal zijn het er twaalf) kroonbladen staan stervormig uitgespreid.


Björn S... - cc by-sa 2.0


JLPC - cc by-sa 3.0


Joan Simon - cc by-sa 2.0


Pethan - gfdl

Vruchten en zaden: Een doosvrucht. Tweezaadlobbig.


Arnoldius - cc by-sa 3.0


jpm - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Alain Bigou - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme plaatsen op droge, steenachtige grond.

Groeiplaatsen: Oude muren, oude daken, rotsen en afgravingen (steengroeven).

Verspreiding

Wereld: Bergstreken in Zuid-, Midden- en West-Europa.

Nederland: Niet ingeburgerd. Zeldzaam.

Vlaanderen: Mogelijk plaatselijk ingeburgerd. Zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeldzaam.

Toepassingen

Cultuur: De plant wordt al eeuwen als sierplant gekweekt in rotstuinen en ook toegepast op oude daken en muren. Vroeger plantte men deze plantjes op de nok van de rieten dak. De planten nemen veel water op. Als de bliksem insloeg, zou Donderblad ervoor moeten zorgen dat het vuur minder vat kreeg op het riet.

Oude naam: Het plantje werd dan ook wel Donarkruid. genoemd. In de rode bloemen die op de oude rozetten komen, zagen onze voorouders de rosse baard van Donar, de dondergod.

Medicinaal: Als je een ontstoken schrammetje had of een puistje gebruikte men een huislookblaadje. Het velletje werd eraf gehaald en de groene moes werd op de ontstoken huid gelegd. Ook aften werden op die manier te lijf gegaan. Kleine brandwonden zouden niet meer zo'n pijn doen en vlugger genezen, als je er gepelde blaadjes oplegt.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl