Wilde planten in Nederland en België

Donkersporig bosviooltje - Viola reichenbachiana

Frysk:

English: Early dog-violet

Français: Violette des bois

Deutsch: Waldveilchen

Synoniemen: Viola sylvestris, Blauwsporig bosviooltje

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Reichenbachiana is genoemd naar de Duitse botanicus Heinrich Gottlieb Ludwig Reichenbach (1793-1879).

Kruising: Donkersporig bosviooltje kan een kruising vormen met Bleeksporig bosviooltje (Viola x bavarica).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April en mei (soms opnieuw in september).

Afmeting: 5-25 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een kleine wortelstok. Worteldiepte tot 10 cm.


herbariaunited.org


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De stengels zijn verspreid behaard. De bloeistengels liggen meestal wat meer dan die van Bleeksporig bosviooltje.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De meeste bladen vormen een wortelrozet. Meestal hebben ze een minder diep hartvormige voet en een sterker toegespitste top dan die van Bleeksporig bosviooltje. De bladrand is gekarteld. De stengelbladen zijn tijdens de bloeitijd iets geelachtig groen. De middelste stengelbladen zijn 1,2-1,6 keer zo lang als breed. De spitse steunblaadjes zijn lijnvormig tot langwerpig (hooguit 8-9 mm), met vrij lange en dicht bij elkaar staande wimpers.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien aan de bladrozet en aan de bebladerde stengels. De smalle kroonbladen bedekken elkaar niet of nauwelijks met de randen. De bovenste en die aan de zijkanten wijken in de loop van de bloei ver uit elkaar. De bloemen zijn blauwpaars (vaak meer roodachtig dan die van Bleeksporig bosviooltje). Elk kroonblad (er zijn er vijf) gaat naar de randen geleidelijk over naar lichtroze. De zijdelingse kroonbladen bedekken de bovenste niet. Het honingmerk is minder duidelijk dan bij Bleeksporig bosviooltje. De spoor is donkerblauw tot diep paars, bovenaan niet of nauwelijks knotsvormig (vrijwel zonder verwijding) en niet gegroefd. De vijf spitse kelkbladen zijn voorzien van zeer korte aanhangsels (0,4-0,8 mm lang), die na de bloei niet verder uitgroeien. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een driekleppige doosvrucht. De zaden hebben een oliehoudend aanhangsel (mierenbroodje), dat de mieren graag lusten. Zij zorgen zo voor de verspreiding. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkrijke grond (mergel, leem, löss en klei).

Groeiplaatsen: Bossen (kalkrijke loofbossen en hellingbossen), struwelen, heggen en waterkanten (afkalvende bosbeekoevers).

Verspreiding

Wereld: West-, Midden- en Zuidoost-Europa en in de Kaukasus.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, zeldzaam in het IJsseldal, in Twente en in de Achterhoek. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Leemstreek en de Voerstreek.
Wallonië:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Handbuch der Systematischen Botanik, Richard Wettstein (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL