Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Donkersporig bosviooltje - Viola reichenbachiana

Frysk:

English: Early dog-violet

FranÁais: Violette des bois

Deutsch: Waldveilchen

Synoniemen: Viola sylvestris, Blauwsporig bosviooltje

Familie: Violaceae (Viooltjesfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Viola betekent violet, vanwege de violet-blauwe kleur die in de (meeste) bloemen van de viooltjes voorkomt. De geslachtsnaam Viola komt oorspronkelijk van het Griekse (w)ion (welriekende plant). Reichenbachiana is genoemd naar de Duitse botanicus Heinrich Gottlieb Ludwig Reichenbach (1793-1879).

Kruising: Donkersporig bosviooltje kan een kruising vormen met Bleeksporig bosviooltje (Viola x bavarica).
De kruising van Bleeksporig- en Donkersporig bosviooltje staat op beschaduwde en vrij vochtige, matig voedselrijke, neutrale en soms kalkrijke bodems bestaande uit leem, lemig zand, beek- en duinzand. De overblijvende plant groeit in loof- en naaldbossen, in struwelen, heggen en landgoedbossen, langs bospaden en op kapvlakten, in beschaduwde bermen en duinstruwelen. Het areaal van beide oudersoorten omvat Europa en Noord-Afrika en hierbinnen is Viola x bavarica redelijk wijd verspreid en Nederland valt geheel binnen het genoemde verspreidingsgebied. Het taxon is zeer zeldzaam in ons land en er zijn hoofdzakelijk vondsten uit Twente bekend (vermoedelijk te danken aan de alertheid van de plaatselijke floristen) maar ze wordt waarschijnlijk ook vaak over het hoofd gezien. De bastaard is meestal steriel, is aan bossen gebonden en lijkt het meest op Bleeksporig bosviooltje. Ze onderscheid zich hiervan door een helderblauwe tot blauwviolette spoor (wit bij Bleeksporig bosviooltje). Na de bloei zijn de beide oudersoorten en hun kruising niet meer van elkaar te onderscheiden.
CC BY-NC-SA 3.0 NL, Renť van Moorsel, 2015.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April tot begin mei, soms ook in september en oktober.

Afmeting: 5-25 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een kleine wortelstok. Worteldiepte tot 10 cm.


herbariaunited.org


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De stengels zijn verspreid behaard. De bloeistengels liggen meestal wat meer dan die van Bleeksporig bosviooltje.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De meeste bladeren groeien in een wortelrozet. Meestal hebben ze een minder diep hartvormige voet en een sterker toegespitste top dan die van Bleeksporig bosviooltje. De bladrand is gekarteld. De stengelbladen zijn tijdens de bloeitijd iets geelachtig groen. De spitse steunblaadjes zijn lijnvormig tot langwerpig (hooguit 8-9 mm), met vrij lange en dicht bij elkaar staande wimpers.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien aan de bladrozet en aan de bebladerde stengels. De smalle kroonbladen bedekken elkaar niet of nauwelijks met de randen. De bovenste en die aan de zijkanten wijken in de loop van de bloei ver uit elkaar. De bloemen zijn blauwpaars (vaak meer roodachtig dan die van Bleeksporig bosviooltje). Elk kroonblad (er zijn er vijf) gaat naar de randen geleidelijk over naar lichtroze. Het honingmerk is minder duidelijk dan bij Bleeksporig bosviooltje. De spoor is donkerblauw tot paars en vrijwel zonder verwijding. De top is kegelvormig, vrij spits en niet of ondiep gegroefd. De vijf spitse kelkbladen zijn voorzien van zeer korte aanhangsels (hoogstens 1 mm). Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een driekleppige doosvrucht. De zaden hebben een oliehoudend aanhangsel (mierenbroodje), dat de mieren graag lusten. Zij zorgen zo voor de verspreiding. Dezaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkrijke grond (mergel, leem, lŲss en klei).

Groeiplaatsen: Bossen (kalkrijke loofbossen en hellingbossen), struwelen, heggen en waterkanten (afkalvende bosbeekoevers).

Verspreiding

Wereld: West-, Midden- en Zuidoost-Europa en in de Kaukasus.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, zeldzaam in het IJsseldal, in Twente en in de Achterhoek. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest  in de Leemstreek en de Voerstreek.
WalloniŽ:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Handbuch der Systematischen Botanik, Richard Wettstein (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL