Wilde planten in Nederland en België

Doorgroeid fonteinkruid - Potamogeton perfoliatus (Wilgfonteinkruid - Potamogeton × salicifolius)

Wilgfonteinkruid

Frysk:

English:

Français:

Deutsch: Weidenblättriges Laichkraut

Synoniemen: Potamogeton x decipiens

Familie: Potamogetonaceae (fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Decipiens is afgeleid vanuit het Latijn decipere (misleiden), dus "sterk gelijkend op". Salicifolius betekent wilgbladig.

Kruising: Wilgfonteinkruid is de bastaard van Glanzig fonteinkruid en Doorgroeid fonteinkruid.
Wilgfonteinkruid staat op zonnige, heldere, niet te ondiepe, voedselrijke, stilstaande tot matig stromende, meestal kalkrijke, zoete wateren boven een bodem van zand, klei of veen. De bastaard groeit op plaatsen waar het veen overgaat naar zand. Aangezien de beide stamouders een verspreiding hebben in de gematigde streken van het Noordelijke Halfrond en Nederland geheel binnen het Europese areaal van de beide ouders valt, zou de hybride overal in Nederland kunnen opduiken, maar is om onduidelijke redenen tot het noorden en oosten van ons land beperkt en zeer zeldzaam. De verspreiding wereldwijd is overigens ook onbekend. Het taxon lijkt het meest op een gedrongen vorm van Glanzend fonteinkruid, maar de bladeren zijn zittend en hebben een teruggeslagen rand en vertonen geen neiging vlak onder het oppervlak van het water te zweven en de bladtop is plotseling in een korte stekelpunt versmald. Ze vertoont fustratiebloei, ze blijft maar bloeien zonder dat het tot vruchtvorming komt.
René van Moorsel, 2014 - CC BY-SA 3.0


© Bert Lanjouw - verspreidingsatlas.nl


© Bert Lanjouw - verspreidingsatlas.nl


Moscow University Herbarium -
CC BY 4.0


Naturalis Biodiversity Center -
CC0-1.0

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in Europa.

Nederland: Zeer zeldzaam in Fryslân, Groningen en Overijssel.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
Wallonië:
Niet in Wallonië.

Doorgroeid fonteinkruid

Frysk: Breed bearzerûch

English: Claspingleaf pondweed

Français: Potamot à feuilles perfoliées

Deutsch: Durchwachsenes Laichkraut

Synoniemen:

Familie: Potamogetonaceae (fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Perfoliatus is afgeleid van de Latijnse woordenper (door) enfolium (blad), met bladen, waarbij de steel schijnbaar door het blad is gegroeid.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 30-200 cm.


Tristan He -
CC BY-SA 4.0


Aroche -
CC BY-SA 2.5


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Aroche - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een heen en weer gebogen, sterk vertakte wortelstok (met winterknoppen).


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Een onbehaarde plant. De witachtige, rechtopstaande of bovenaan horizontaal even onder het wateroppervlak zwevende stengels zijn rond, meestal vertakt en kunnen tot enkele meters lang worden met tot 2 dm lange leden.


AfroBrazilian -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Botaplus - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: Alle bladen zijn ondergedoken. Ze worden 3-7 cm lang en meestal tot 3,5 cm breed. Ze zijn stengelomvattend met een hartvormige voet, rond tot langwerpig-eirond en hebben een vlakke top. De bladrand is zwak gekroesd en heel fijn getand. Het net van mazen naast de middennerf is erg onduidelijk. De kleine steunblaadjes zijn witachtig vliezig en vallen spoedig af.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De groenige bloemen (meestal vrij dicht) groeien aan een 2-4 cm lange aar. De vrij dikke aarstelen zijn 3½-7 cm, naar boven toe niet verdikt.


Marco Banzato -
CC BY-NC-ND 4.0


Eduard Garin -
CC BY-NC 4.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0


verspreidngsatlas.nl

Vruchten: Een steenvrucht. De vruchtjes zijn scheef omgekeerd- eirond, 3 tot 3½ mm lang en 2 mm breed met een duidelijk bolvormige buikzijde en een meestal iets haakvormig, naar de rugzijde gebogen, ongeveer 1 mm lang spitsje (ze zijn zijdelings iets ingedrukt). Ze zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Konstantin Romanov -
CC BY-NC 4.0


sofya_priezzhih -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in niet te ondiep tot vrij diep, helder, voedselrijk, zoet of soms zwak brak, stilstaand tot matig stromend, neutraal tot basisch (kalkrijk) water met een minerale bodem van zand, leem, zavel of klei. De soort mijdt golfslag.

Groeiplaatsen: Water (plassen, vijvers, kanalen, meren, kleinere rivieren, beken, brede sloten en toevoerkanalen van gemalen). Ook in het zoetwatergetijdengebied.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond en in Centraal-Afrika en Australië.

Nederland: Plaatselijk algemeen in en langs het IJsselmeer en het Veluwemeer. Plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden, in het rivierengebied, in het noordoosten van het land en op Wieringen. Elders zeldzaam en zeer zeldzaam in Limburg (alleen in het Maasdal). Niet in het grootste deel van Zeeland en op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Kempen.
Wallonië:
Zeldzaam. Het meest in de riviervalleien.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Handbuch der Systematischen Botanik, Richard Wettstein (1924)


Das Pflanzenreich, Potamogetonaceae, deel 11, H.G.A. Engler (1907)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL