Klaas Dijkstra

Douglasspar
Pseudotsuga menziesii


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Hanneke Waller - cc by 4.0

In het kort.

  • Douglasspar of Pseudotsuga menziesii is een soort uit de Pinaceae (Dennenfamilie).
  • Het is een tot 40 meter hoge naaldboom.
  • Een hoofdwortelstel.
  • Een rechte, kegelvormige en harsrijke boom.
  • De schors is bij jonge bomen grijsgroen, bij oude bomen gegroefd, roodbruin en kurkachtig.
  • De takken en twijgen zijn rond. De hoofdtakken staan horizontaal, de zijtakken hangen.
  • De in twee rijen verspreidstaande, spitse, 2-4 cm lange en 1-1,5 mm brede naalden staan dicht opeen.
  • Douglasspar bloeit in april.
  • De mannelijke, hangende bloemen zijn geel. De tot 18 cm lang wordende vrouwelijke bloemen zijn rood of rozeachtig. Eerst staan ze, maar later gaan ze hangen.
  • De hangende, roodbruine kegels zijn 5-10 cm, met ver uitstekende, naar de top wijzende, drietandige dekschubben.
  • Douglasspar groeit op zonnige of licht beschaduwde plaatsen op vochthoudende, matig voedselrijke, liefst humusrijk grond.
  • Je kunt deze boom vinden in naaldbossen.
  • Douglasspar komt oorspronkelijk uit het westen van Noord-Amerika.
  • In Nederland is deze boom algemeen ingeburgerd, in België vrij algemeen.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Douglasspjirre

English Douglas Fir

Français Douglas vert

Deutsch Douglasie

Synoniemen Pseudotsuga taxifolia

Familie Dennenfamilie (Pinaceae)

Naamgeving (Etymologie) Douglasspar is genoemd naar de Schotse botanicus David Douglas (1798-1834), die in 1826 zaad had gewonnen van deze boom en dat had opgestuurd naar Schotland. Pseudotsuga is afgeleid van het Griekse pseudo (vals) en tsuga, m.a.w. verwant aan Tsuga (een geslacht uit de dennenfamilie). Menziesii verwijst naar Archibald Menzies (1754-1842), een arts en botanicus die de boom voor het eerst vond op Vancouvereiland in 1795. Taxifolia duidt op de gelijkenis van de naalden met die van de Taxus.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Fanerofyt.

Hoofdbloei April.

Afmeting Tot 40 meter. In Noord-Amerika kan de boom een hoogte bereiken van 100 meter. In Europa is dat maximaal 50 meter.


Walter Siegmund - cc by 2.5


Walter Siegmund - cc by 2.5


Mark A. Taff - cc by-sa 3.0 us


2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Een hoofdwortelstel.


Nova - cc by 3.0

Stam Een rechte, kegelvormige en harsrijke boom. De schors is bij jonge bomen grijsgroen, bij oude bomen is de schors gegroefd, roodbruin en kurkachtig.


Nova - cc by 3.0


Liliane Roubaudi - cc by-sa 2.0 fr


Alain Bigou - cc by-sa 2.0 fr


2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0

Takken De takken en twijgen zijn rond. De hoofdtakken staan horizontaal, de zijtakken hangen. De knoppen zijn eivormig, slank, lichtbruin en spits.


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0


Crusier - cc by-sa 3.0


Alain Bigou - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren De in twee rijen verspreidstaande en fris geurende, spitse naalden staan dicht opeen. Ze zijn 2-4 cm lang en 1-1,5 mm breed. Ze zijn voor het grootste deel in één vlak geplaatst. Van boven zijn ze glanzig groen en van onderen dofgroen. Naast de middennerf zie je dofgroene tot enigszins grijzige strepen. Als je de naalden fijn wrijft ruik je een duidelijke geur (sinaasappelachtig).


Walter Siegmund - cc by 2.5


MPF - cc by-sa 3.0


2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0


Crusier - cc by-sa 3.0

Bloemen Eenslachtig. Eenhuizig. De mannelijke bloemen zijn geel. Je vindt ze (hangend) aan de onderkant van de scheuten, niet ver van een takeinde. Als ze hun stuifmeel kwijt zijn vallen ze af. De vrouwelijke bloemen kunnen tot 18 cm worden en zijn rood tot rozeachtig van kleur. Deze bloemen vind je aan het eind van de scheuten. Eerst staan ze, maar later gaan ze hangen. Ze blijven uiteraard veel langer aan de takken zitten dan de mannelijke bloemen.


Vrouwelijke bloem
© Willem Braam - verspreidingsatlas


Mannelijke bloemen
© Willem Braam - verspreidingsatlas


Jean-Jacques Houdré - cc by-sa 2.0 fr


Andrea Moro - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een kegel. De hangende, roodbruine kegels zijn 5-10 cm, met ver uitstekende, naar de top wijzende, drietandige dekschubben. De bruine zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Naaktzadig (naaldboom).


Guy Lecq - cc by-sa 2.0 fr


MPF - cc by-sa 3.0


Sylvain Piry - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige of licht beschaduwde plaatsen op vochthoudende, matig voedselrijke, liefst humusrijke en lemige grond.

Groeiplaatsen Naaldbossen.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit het westen van Noord-Amerika.


Nederland Ingeburgerd tussen 1975 en 1999. Algemeen.

België Inburgerend. Vrij algemeen.

Toepassingen

Cultuur In Europa wordt de soort veel aangeplant vanwege het hout.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0