Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Douglasspirea - Spiraea douglasii

Andere namen

Frysk:

English: Hardhack

Français: Spirée de douglas

Deutsch: Douglasspierstrauch

Verouderde of andere namen: Douglaspluimspirea

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Spiraea (Spirea)

Soort: Spiraea douglasii

Naamgeving (Etymologie): Spiraea is afgeleid van het Griekse speiraia (gedraaid) en verwijst naar de gedraaide vruchten uit dit geslacht. Douglasii is genoemd naar de Schotse botanicus David Douglas (1798-1834).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 50-150 cm.

Wortels: De planten kunnen zich via de wortelstokken sterk (vegetatief) uitbreiden en zo grote bestanden vormen.

Takken: De stengels verhouten.


Ron Clausen - CC BY-SA 4.0


Meggar - CC BY-SA 3.0


Jm Launay - CC BY-SA 2.0 FR


Jan Wessels - CC BY-NC-ND 3.0

Bladeren: De bladeren zijn gesteeld, spits en langwerpig tot elliptisch. De onderkant van de bladeren is wit- tot grijsviltig behaard en met duidelijke nerven. De bladrand is alleen in de bovenste helft getand. De kleine bladen onder de bloeiwijze zijn meestal gaafrandig.

Bloemen: Tweeslachtig. De donkerroze bloemen vormen samen grote, eindstandige en langwerpige trossen. De kelkbladen zijn na de bloei teruggeslagen. De meeldraden zijn dubbel zo lang als de kroonbladen.


Katja Schulz - CC BY 2.0


Joe Mabel - CC BY 4.0


Joe Mabel - CC BY 4.0


Epibase - CC BY 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchtjes zijn kaal en glanzend. Waarschijnlijk breidt de soort zich in onze omgeving niet uit via zaad. De soort vermeerdert zich hier voornamelijk vegetatief. Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, vaak vrij zure grond (zand, leem en veen).

Groeiplaatsen: Broekbossen, bosranden, waterkanten en moerassen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het westen van Noord-Amerika. In Europa ingevoerd als sierstruik. Verwilderd en plaatselijk ingeburgerd in West-, Noordwest- en Midden-Europa.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam. Het meest op het pleistoceen.
Ingeburgerd tussen 1975 en 1999.


Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Plaatselijk ingeburgerd. Het meest in de Kempen.

Wallonië: Plaatselijk ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Curtis's Botanical Magazine, deel 85, W.H. Fitch (1859)


Magazine of botany and register of flowering plants, J. Paxton, S. Holden, deel 12 (1839)


Flore des serres et des jardin de l’Europe, deel 2, L. van Houtte (1846)


Illustrations of the birds of California, Texas, Oregon, British and Russian America, J. Cassin, J.B. Lippincott (1862)


The garden. An illustrated weekly journal of horticulture in all its branches, deel 23 William Robinson (1883)


The botanic garden, deel 11, B. Maund (1845-1846)


Annales de la Société royale d’Agriculture et de Botanique de Gand, C. Morren, deel 1 (1845)

 

© 2001-2018 K.M. Dijkstra