Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Draadgentiaan - Cicendia filiformis

Frysk: Fine gentiaan

English: Yellow centuary

Français: Cicendie filiforme

Deutsch: Fadenenzian

Synoniemen:

Familie: Gentianaceae (Gentiaanfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Cicendia kan afgeleid zijn van het Griekse cicus (kracht). Deze naam zou dan ironisch bedoeld zijn. Cicendia zou ook een fantasienaam kunnen zijn, die gevormd is uit Centaurea en Gentiana. Een derde mogelijkheid is dat de naam is afgeleid uit het Italiaanse cicigna (blindslang), naar de bloemen die bij bedekt weer gesloten zijn en de draadvormige stengels. Filiformis betekent draadvormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 2-15 cm.


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Hans Dekker - freenatureimages.eu


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De ronde, zeer dunne stengels zijn weinig of niet vertakt. Tijdens de bloei worden ze vaak van onderaf wat rood.


© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: Aan de voet staan de twee of drie bladparen tot een wortelrozetje opeengedrongen. De bladeren zijn lijnvormig tot langwerpig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. De gele, 3-6 mm grote bloemen staan alleen of in gevorkte bijschermen op een lange steel. De bloemkelk heeft vier korte driehoekige tanden. De bloemkroon is tot op de helft gespleten in vier langwerpige slippen. De meeldraden vind je op de keel van de bloemkroon. De stijl is zeer kort en heeft een knopvormige stempel.


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


© Marcel Bolten - verspreidingsatlas.nl


Brunello Pierini -
CC BY-NC-ND 4.0


Brunello Pierini -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Tweezaadlobbig.


© Benno te Linde -
CC BY-NC-ND 3.0


© Benno te Linde -
CC BY-NC-ND 3.0


© Benno te Linde -
CC BY-NC-ND 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, 's zomers droogvallende, matig voedselarme, zwak zure en soms zilte grond (lemige of venige zandgrond).

Groeiplaatsen: Heide (langs en op paadjes, venoevers en drooggevallen vennen), duinen (langs duinmeertjes, overgangen tussen schor en duin en drooggevallen plekken), in wagensporen, ijsbaantjes, afgravingen (leem- en zandgroeven), waterkanten (o.a. in en langs verse greppels), afgeplagde grond (glooiende overgangen tussen dopheide en grasland) en randen van kwelders (schorren) met een sterke kwel van zoet water.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, Noord-Afrika, Zuid- en West-Europa. Noordelijk tot 53° N.Br. Ook op de Azoren en in Australië.

Nederland: Zeer zeldzaam op Terschelling, in Twente, in Gelderland, in de Kempen en in Zeeland. In 2005 opnieuw aangetroffen op één plaats op het vasteland in Fryslân.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de Kempen. Zeer sterk afgenomen. De rode blokjes geven aan waar de plant vroeger is gevonden, maar daar nu is verdwenen.

Wallonië: Zeer zeldzaam in de noordelijke Ardennen en het Maasgebied.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)


British phaenogamous botany, deel 5: W. Baxter (1834-1843)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora regni borussici, deel 4, A.G. Dietrich (1836)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra