Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Draadzegge - Carex lasiocarpa

Andere namen

Frysk: Triedsigge

English: Slender sedge

Français: Laîche filiforme

Deutsch: Faden-Segge

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex lasiocarpa

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnseceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Lasiocarpa betekent met behaarde vrucht.

Kruisingen: Draadzegge kan een kruising vormen met Oeverzegge (Carex x evoluta), maar ook met Moeraszegge (Carex x uechtritziana).
Carex x evoluta is de hybride van C. lasiocarpa (Draadzegge) en C. riparia (Oeverzegge). Daar waar beide oudersoorten samen voorkomen, in hoog opgaande zeggenmoerassen, Magnocaricion-vegetaties, kan dikwijls met succes worden uitgekeken naar deze niet zeer zeldzame hybride. Ze oogt in het veld als een wat rommelige -met slecht ontwikkelde aartjes - C. riparia, met relatief smalle bladen. Bij nadere studie blijkt evenwel dat de urntjes behaard zijn. De hybride wordt vaak vergezeld door (één of) beide ouders.
Jacob Koopman, 2015 - CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of hydrofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 30-100 cm.


Matti Virtala - CC0


Przykuta - CC BY-SA 3.0


Przykuta - CC BY-SA 3.0


andrew.hipp - CC BY-SA 3.0

Wortels: Lange, kruipende en vertakte wortelstokken. Met uitlopers.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: Een rechtopstaande slanke plant. De niet bloeiende spruiten worden hoger dan de bloeiende. De stengels zijn dun en stomp driekantig tot vrijwel rond. De onderste scheden zijn geel- tot roodbruin met dwarsverbindingen tussen de nerven. Later gaan de scheden rafelen.


Przykuta - CC BY-SA 3.0


USDA-NRCS PLANTS Database - Public Domain


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Bladeren: De fijne bladeren zijn meestal minder dan 2 mm breed. Ze zijn gootvormig, ingerold of samengevouwen, geleidelijk versmald in een lang, draaddun, driekantig en vaak wat heen en weer gebogen topdeel. De bladtoppen van de niet-bloeiende halmen komen boven de bloeistengels uit.


Blad met vrouwelijke bloem
Przykuta - CC BY-SA 3.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Een bloeiwijze heeft een bruine mannelijke topaar, aan de voet vaak één of enkele kleinere mannelijke aren (met drie meeldraden, de helmknoppen zijn gelig) en één of twee rechtopstaande, vrijwel zittende vrouwelijke aren. De vrouwelijke bloemen hebben één stijl en drie stempels. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. Meestal staan de vrouwelijke aren op enige afstand van elkaar en van de mannelijke aren. Het onderste schutblad is bladachtig, ongeveer even hoog als de top van de bloeiwijze en met een zeer korte schede.


Przykuta - CC BY-SA 3.0


Przykuta - CC BY-SA 3.0


Matti Virtala - CC0


Kenraiz - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje (een driekantig nootje). De 4-5 mm grote urntjes zijn langwerpig-eivormig, grijsachtig viltig behaard en toegespitst in een korte, ruwe snavel met twee ongeveer 1 mm lange tanden. Op het urntje zit een mierenbroodje. Het urntje is een soort schutblaadje dat helemaal om de vrucht zit. Eenzaadlobbig.


© Arie van den Bremer - verspreidingsatlas.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, voedselarme, neutrale tot zwak zure, fosfaatarme grond en in zoet, ondiep water zonder golfslag (laagveen, zand en leem). Vaak op plekken waar regenwater en grondwater met elkaar in contact komen.

Groeiplaatsen: Waterkanten (petgaten, veenplassen en heidevennen), moerassen (trilvenen, verlandingsvegegetaties en heidemoeras), heide ('s zomers droogvallende vennen), zeeduinen (duinvalleien), waterkanten (in en langs oude afgesneden armen van de Maas) en grasland (langs greppels in blauwgrasland).

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde en koudere gebieden op het noordelijk halfrond.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam in laagveengebieden, maar plaatselijk vrij algemeen in de plassengebieden, in Drenthe, in Zuid- en Midden-Fryslân en in Noord-Brabant. Zeer zeldzaam in het midden en oosten van het land en in de duinen bij Callantsoog en op Texel.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.

Draadzegge

Verspreidingsatlas.nl

Moeraszegge x Draadzegge (Carex x uechtritziana)

Verspreidingsatlas.nl

Oeverzegge x Draadzegge (Carex x evoluta)

Verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam in de Kempen. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst. Zeer zeldzaam. Beschermd.

Wallonië: Zeer zeldzaam in Lotharingen en de Hoge Ardennen.
Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra