Wilde planten in Nederland en België

Dreps - Bromus secalinus

Frysk: Drips

English: Rye brome

Français: Brome faux-seigle

Deutsch: Roggen-Trespe

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Bromus komt van het Griekse bromos (voedsel), omdat de planten door het vee worden gegegeten. Secalinus betekent roggeachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: 40-100 cm.


Daderot - Public Domain


Bruce Newhouse - CC BY-NC-ND 4.0


Julien Piqueray - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Bob Wardell -
CC0-1.0

Wortels


images.cyberfloralouisiana.com - CC0-1.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Sergio Montanari - CC BY-NC-ND 4.0


Bob Wardell - CC0-1.0


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Bladeren: De bladscheden zijn kaal of die van de eerst gevormde bladen een weinig behaard. De onderste scheden zijn enigszins oranje-bruinachtig. De nerven staan relatief ver uiteen. De bladen zijn geelachtig groen.


Gianluca Nicolella -
CC BY-NC-ND 4.0


Gianluca Nicolella -
CC BY-NC-ND 4.0


Gianluca Nicolella -
CC BY-NC-ND 4.0


Sergio Montanari - CC BY-NC-ND 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen samen een grote, losse, meestal wijde pluim, die na de bloei wat gaat overhangen. De aartjes-as tussen de bloemen is duidelijk zichtbaar. De aartjes vallen langzaam uiteen. De helmknoppen zijn 1-2 mm. Het onderste kelkkafje heeft drie of vijf nerven., het bovenste vijf of zeven. De kafnaald van de onderste bloem is vaak korter dan die van de andere bloemen. Bij rijpheid zijn ze meestal heen en weer gebogen. De palea zijn ongeveer even lang als het lemma, de top ervan is in de vruchttijd meestal duidelijk zichtbaar.


Gianluca Nicolella -
CC BY-NC-ND 4.0


Sergio Montanari -
CC BY-NC-ND 4.0


Jean Claude Estatico - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


enkidoo -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een graanvrucht. De dikke vruchten zijn iets peervormig, met aan de binnenzijde een duidelijke groef, het hele lemma opvullend. De kafnaalden buigen in de vruchttijd vaak naar buiten. De lemma's zijn in het basale deel om de vrucht heen gebogen. Eenzaadlobbig.


David Mercier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Les Coe -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op matig droge, vrij kalkarme, matig voedselrijke, lichte grond (löss, leem en zavel).

Groeiplaatsen: Akkers (wintergraanakkers en speltakkers), soms langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen.

Verspreiding

Wereld: Het grootste deel van Europa. Ingeburgerd in andere werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.

Nederland: Tegenwoordig zeer zeldzaam in het midden van het land. Vroeger kwam de soort voor in het hele land.

Vlaanderen: Zeldzaam. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 3, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Icones et descriptiones graminum austriacorum, deel 1, N.T. Host (1801)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL