Wilde planten in Nederland en België

Driedistel - Carlina vulgaris

Frysk: Trijestikel

English: Carline thistle

Français: Carline commune

Deutsch: Golddistel

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Driedistel heeft zijn naam te danken aan het feit dat er vaak planten voorkomen met drie bloemhoofdjes. De geslachtsnaam Carlina is volgens de legende ontleend aan Karel de Grote die de geneeskrachtige werking van de plant tegen pest zou ontdekt hebben. In werkelijkheid is hij waarschijnlijk net als de naam Carduus afgeleid van het Latijnse woord voor distel. Vulgaris betekent gewoon.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig of meerjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: (Juli-)augustus en september.

Afmeting: 15-45 cm.


Hans Toetenel - cc by-nc-sa 3.0 nl


Philipp Weigell - cc by 3.0


Hans Toetenel - cc by-nc-sa 3.0 nl


Olivier Pichard - cc by-sa 3.0

Wortels: Een penwortel. Aan de wortelhals zitten vaak resten van afgestorven rozetbladen.


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: Meestal is er maar één, rechtopstaande stengel. Deze is grijsachtig groen, spinragachtig behaard en vaak rood aangelopen. De stengel is in de bovenste helft meestal kandelaarachtig vertakt (oms niet vertakt).


Juandev - cc by-sa 3.0


Dominique Remaud - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Bernd Haynold - cc by-sa 2.5


Yoan Martin - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren: Een deel van de bladen vormt een rozet. De stengelbladen staan verspreid. Ze zijn langwerpig tot lancetvormig, eerst spinragachtig behaard (van onderen meestal iets viltig), enigszins leerachtig, diep bochtig en iets kroezig getand met scherpe stekels. Ze zijn zittend en halfstengelomvattend. De bovenste bladen zijn klein.


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen staan met één tot vijf bij elkaar, maar meestal met drie. De bloemhoofdjes zijn geelbruin, (1,5)2-5 cm breed en zonder lintbloemen, maar wel met veel afstaande, glanzende, strogele, lijnvormige en spitse omwindselbladen. De buitenste zijn bladachtig, dubbel gespleten en lang gestekeld. De bloemhoofdjesbodem is bezet met stevige, aan de top verbrede haren.


Isidre blanc - cc by-sa 4.0


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Philipp Weigell - cc by 3.0


Harald Süpfle - cc by-sa 3.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn cilindervormig en roestkleurig behaard met een krans van veervormige borstelharen (pappus), die aan de voet tot een ring zijn vergroeid. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


H. Zell - cc by-sa 3.0


Dominique Remaud - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Yoan Martim - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, vrij open plaatsen op drog tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, humushoudende en vaak kalkrijke grond (lemige grond, maar ook op op mergel en soms op stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen, (open duingrasland, randen van duinbosjes en vastgelegde helmduinen), kalkhellingen, grasland (kalkgrasland, laagblijvend grasland), bermen, dijken, rivierduinen, lemige heide, afgravingen (leemkuilen), mijnsteenbergen en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).

Verspreiding

Wereld: Europa en West- en Midden-Azië.

Nederland: Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Zeldzaam.

Wallonië: Inheems. Vrij zeldzaam.

Toepassingen

Keuken: De driedistel wordt wel als alternatief voor de artisjok gebruikt. Ook werd ze als salade gebruikt.

Medicinaal: In het verleden werd de plant als geneesmiddel gebruikt. Samen met Valeriana, in een verhouding van 3:5, werd de plant als afrodisiacum (een middel om de geslachtsdrift te stimuleren) gebruikt.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Cruijdeboek, deel 4, Rembert Dodoens. Corenen, Legumina, Distelen ende dyerghelijcke (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Svensk botanik, deel 7, J.W. Palmstruch e.a. (1812)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


Phytanthoza iconographia, deel 2, J.W. Weinmann (1739)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Flora Parisiensis, deel 8, P. Bulliard (1776-1781)


La flore et la pomone francaises, deel 4, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1831-1833)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Viridarium reformatorum, deel 1, M.B. Valentini (1719)


Rariorum plantarum historia, deel 2, C. Clusius (1601)

2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl